EmotionsDutch words

boos
angry
blij
happy
vrolijk
cheerful
Ik ben vrolijk vandaag.
gek
crazy
geschrokken
shocked
Zij zijn geschrokken van het onverwachte nieuws.
tevreden
satisfied
Ik ben tevreden met mijn nieuwe baan.
verdrietig
sad
verbaasd
surprised
Ik was verbaasd toen ik hoorde dat hij was getrouwd.
trots
proud
gefrustreerd
frustrated
Ik ben zo gefrustreerd omdat ik mijn sleutels niet kan vinden.
bang
scared
verlegen
shy
Ik ben verlegen.
chagrijnig
grumpy
Ik ben chagrijnig omdat ik niet genoeg geslapen heb.
verveeld
bored
Ik verveelde me tijdens de les.
onzeker
uncertain
Ik voel me onzeker over mijn presentatie.
ellendig
miserable
Ik voel me ellendig vandaag.