Housing

Interactive flashcards for learning vocabulary

Dutchmoderateby DuoCards
Flashcards: 425 / 5

Save words from this page and practise them with flashcards in DuoCards. How does it work?

een gang
hallway
Er is een klein tafeltje in een gang voor sleutels en post.
een waterkoker
kettle
De waterkoker begon te fluiten toen het water kookte.
een badkuip
bathtub
Ik hou ervan om na een lange dag te ontspannen in een warme badkuip.
een trap
flight of stairs
De trap in het oude huis was erg steil.
een spiegel
mirror
De spiegel aan de muur laat de kamer groter lijken.
een kamer
room
Het hotel heeft een kamer met een prachtig uitzicht.
een oven
oven
Mam deed het brood in een oven.
een deur
door
Ze klopte op een deur, hopend dat iemand zou antwoorden.
een plank
shelf
Ik zet mijn favoriete boeken op een plank in mijn kamer.
een zolder
attic
Ze verbouwde de oude fabriek tot een prachtige zolder met moderne voorzieningen.
een flat
apartment
Zij is op zoek naar een flat met twee slaapkamers.
een slaapkamer
bedroom
Ik heb een grote slaapkamer met een comfortabel bed.
een tapijt
rug
We moeten het tapijt schoonmaken omdat het vlekken heeft.
een dorp
village
We hebben steden en dorpen in heel Spanje bezocht.
een douche
shower
Vergeet niet om een douche te nemen na het buiten spelen.
een toilet
toilet
Het toilet is kapot, dus we moeten een ander toilet vinden.
een kast
cupboard
Ze heeft een inloopkast voor al haar kleren.
een voorstad
suburb
De familie besloot naar een voorstad te verhuizen voor een rustiger leven.
een gootsteen
sink
Laat je vuile borden niet zomaar in een gootsteen staan!
een keuken
kitchen
De keuken is zeer ruim en licht.
een open haard
a fireplace
Er is een open haard in de woonkamer.
een hal
hallway
We wachtten op onze gasten in een hal.
een huis
house
Zij zijn een huis aan het bouwen bij het meer.
een appartement
apartment
Ik huurde een tweeslaapkamerappartement in een oud gebouw.
een vriezer
freezer
We moeten een nieuwe vriezer kopen omdat de oude kapot is.
een tuin
garden
De kinderen speelden in een tuin.
een stad
town
We gaan een stad bezoeken die een beroemd festival heeft.
een stoel
chair
Kun je me een stoel uit de andere kamer brengen?
een koelkast
refrigerator
Ik heb de melk in een koelkast gezet om het vers te houden.
een deurbel
doorbell
Ik hoorde een deurbel en ging kijken wie er was.
een garage
garage
Ik heb mijn fiets in een garage geparkeerd om hem veilig te houden.
een magnetron
microwave
Ik ga mijn lunch opwarmen in een magnetron.
een balkon
balcony
Ze versierden een balkon met bloemen en lichtjes voor het feest.
een raam
window
Het raam was 's ochtends bedekt met rijp.
een badkamer
bathroom
De badkamer is naast de slaapkamer.
een plafond
ceiling
Ze lag op haar rug naar een plafond te staren.
een hek
fence
We moeten een hek bouwen om de konijnen uit de tuin te houden.
een vloer
floor
Zijn glas viel op een vloer en brak.
een eetkamer
dining room
Het diner wordt geserveerd in een eetkamer.
een schoorsteen
chimney
De schoorsteen was bedekt met sneeuw na de winterstorm.
een muur
wall
Er zijn veel technieken om een muur te schilderen.
een kelder
basement
We hebben een speelkamer in een kelder.

Learning with DuoCards

What is DuoCards?

DuoCards is a language-learning app that helps you build vocabulary with flashcards. You can save words you want to learn and practise them over time.

How do I learn with this set?

Browse the flashcards to see the words and their translations. Select Card picker and choose the words you want to learn. Then create a free account to save your words and practise them.

How do I practise my words?

You'll see a flashcard with a word and a hidden translation. Guess what it means, then tap to check your answer. DuoCards repeats the words you find difficult.

Do I need an account, and is learning free?

You can browse this page without an account. A free account lets you save words and track your progress. The free plan has limits, and Premium offers additional features.