les 6 de kledingDutch words

de kleding
de kleren
de rok
de jurk
de broek
het jasje
de jas
de trui
de hoed
de pet
het t-shirt
de laars
de schoen
de pantoffel
de handschoenen
de sok
een paar sokken
een paar schoenen
een paal laarzen
een paar handschoenen
de ring
de portemonne
de koffer
de markt
het warenhuis
het geld
de uitverkoop
de kwaliteit
de stof
het katoen
de regenjas
het overhemd
de blouse
het hemd
het pak
de knoop
het vest
de kous
het ondergoed
de onderbroek
de beha
de winkel
de maat
drogen
wassen
bestellen
shoppen
terugsturen
aankleden
aandoen
uitkleden
kopen
verkopen
dragen
passen
ruilen
te groot
te klein
kort
lang
mooi
lelijk
smal
breed
strak
wijd