Link+(A0-A2)Dutch words
komen
come
Ik kom uit Nederland.
leren
to learn
Ik leer Nederlands.
maand
month
Volgende maand
stad
town
De stad Amsterdam is de hoofdstad van Nederland.
werken
to work
Ik werk bij een bank
winkel
shop
De winkel is vandaag gesloten.
I live in Amsterdam
wonen
live
Ik woon in Amsterdam.
heten
called
Hoe heet jij?
hoelang
how long
Hoelang ben je al in Nederland?
kloppen
knock
Ik klop op de deur.
les
les
De leraar geeft les in wiskunde.
leuk
fun
Ik vind deze film leuk.
spellen
games
Kun je dat woord spellen?

telefoonnummer
phone number

vandaan
from
Waar komt de trein vandaan?
adres
address
Wat is jouw adres?
I filled in my own name on the form.
formulier
form
Ik heb mijn eigen naam ingevuld op het formulier.
geboortedatum
Date of birth
Wat is jouw geboortedatum?
geboren
born
Ik ben geboren in Amsterdam.
I need to renew my passport at the municipality.
gemeente
municipality
Ik moet mijn paspoort verlengen bij de gemeente.
Weren't the two of you at the town hall last week?
gemeentehuis
town hall
waren jullie vorige week niet in het gemeentehuis?
goedemorgen
good morning
Goedemorgen allemaal, laten we beginnen!
helpen
help out
Kun je me alsjeblieft helpen met deze zware tas?
invullen
fill in
Ik moet dit formulier invullen.
kunnen
can
Kun je me helpen?
meneer
Mr
Goedemorgen meneer, hoe kan ik u helpen?
How can you have a laptop, but no mobile?
mobiel
mobile
Hoe kunt u een laptop hebben, maar geen mobieltje?
nationaliteit
nationality
nieuw
new
Ik heb een nieuwe auto gekocht.
postcode
postcode
woonplaats
Place of residence
Wat is je woonplaats?
zullen
shall
Ik zal morgen naar de stad gaan.
alleen
only
Ik ben alleen thuis.
to send a message using an app
appen
appen
buren
neighbors
Mijn buren zijn erg vriendelijk.
buurvrouw
neighbour
De buurvrouw heeft mijn pakketje aangenomen.
My hobby is taking pictures of wild flowers
hobby
hobby
Mijn hobby is foto's trekken van wilde bloemen.
I love you
houden van
love
Ik hou van jou
huis
House
Het huis heeft een tuin.
kind
child
Hij heeft twee kinderen.
koken
Cook
Ik kook vanavond pasta.

ontmoeten
Meet
Ik wil graag jouw vrienden ontmoeten.
oud
old
De oude man
poes
cat
Mijn poes heet Luna.
I met her by chance at a *restaurant* yesterda
restaurant
restaurant
Ik heb ze gisteren toevallig in een restaurant ontmoet.
sporten
sports
Ik sport elke week in de sportschool.
welkom
welcome
Welkom in Nederland!
willen
want
Wil je met me dansen?
ander
other
Ik wil een ander boek lezen.
I like to eat a banana as a snack.
banaan
banana
Ik eet graag een banaan als tussendoortje.
bijna
almost
Ik ben bijna klaar met mijn huiswerk.
boodschappen
shopping
Ik ga boodschappen doen bij de supermarkt.
doen
to do
Wat ga je vandaag doen?
I don't have any money left, so I can't go out to dinner with you.
dus
So
Ik heb geen geld meer, dus ik kan niet met je uit eten gaan.
eten
food
Wij gaan eten koken.
fruit
fruit
Ik eet graag fruit.
groente
vegetable
Ik koop altijd verse groente op de markt.
kip
chicken
Ik wil graag een stukje kipfilet.
kopen
to buy
Ik koop een boek.
This list is inclusive of the past members of the group.
lijst
list
Deze lijst geeft ook de vroegere leden van de groep.
maken
to make
Ik maak een taart.
meer
more
Er zijn meer dan genoeg stoelen voor iedereen.
of
or
Wil je koffie of thee?
praten
to talk
Ik praat graag met mijn vrienden.
rijst
rice
thuis
home
Ik ben thuis.
tomaat
tomato
De salade heeft tomaten en komkommer.
vis
fish
De vis zwemt in de zee.
vlees
meat
De slager verkoopt vers vlees.
wortel
carrot
De soep heeft een zoete smaak door de wortels.
aardappel
potato
We hebben aardappelen, groenten en vlees gegeten.
alsjeblieft
please
Wil je nog wat koffie? Alsjeblieft.
alstublieft
Please
Alstublieft, hier is uw jas.
anders
otherwise
Anders dan de andere kinderen, houdt hij niet van snoep.
ei
egg
Ik wil graag een ei bij mijn ontbijt.
fijn
nice
Ik heb een fijne dag gehad.
goed
good
Ik voel me goed.
hoeveel
How much
Hoeveel appels heb je gekocht?
iets
something
Ik wil iets eten.
jammer
pity
Wat jammer dat je niet kunt komen.
kaas
cheese
Mag ik een plakje kaas op mijn brood?
kijken
look
Wij kijken naar de televisie.
mevrouw
Mrs.
Goedemorgen mevrouw, wat kan ik voor u doen?
mogen
be allowed to
Je mag niet roken in dit gebouw.
nemen
take
Ik neem een kopje koffie.
pinnen
pins
Heb je contant geld of wil je pinnen?
verkoper
seller
De verkoper hielp me bij het kiezen van een nieuwe telefoon.
zeggen
say
Kun je me zeggen hoe laat het is?
altijd
always
Zij draagt altijd een bril.
bakker
baker
brood
bread
Ik eet elke ochtend brood.
buurt
neighbourhood
Ik woon in een rustige buurt.
duur
expensive
De kleding in die winkel is altijd zo duur.
goedkoop
cheap
Ik heb een goedkope fiets gekocht.
halen
fetch,bring,to get
Ik ga even koffie halen.
hier
here
Ik ben hier.
hoor
you know
Ik ben morgen vrij, hoor.
kennen
to know
Wij kennen elkaar van het werk
meestal
mostly
Meestal eet ik 's ochtends een boterham.
natuurlijk
natural
Wil je naar de film gaan? Natuurlijk!
ochtend
morning
Op zondagochtend gaan we altijd naar de markt.
soms
sometimes
Ik eet soms vlees, maar meestal vegetarisch.
veel
a lot of
Ik heb veel geleerd op school.
ver
far
De supermarkt is ver van mijn huis.
vers
fresh
De vis op de markt is altijd vers.
vragen
questions
Mag ik je iets vragen?
wanneer
when
Wanneer gaan we naar de bioscoop?
welk
which
Welke kleur vind je mooi?
zien
see
Wij zien elkaar morgen.
denken
to think
Denk je dat hij komt?
dicht
close
De deur is dicht.
fietsen
bicycles
Wij gaan fietsen in het park.
keuken
kitchen
Ik ben in de keuken bezig met koken.
laat
late
Het is nooit te laat om te leren.
leeg
empty
Het huis is leeg.
liggen
lie
Het boek ligt op de tafel.

openingstijden
opening hours
De openingstijden van de supermarkt zijn van 8 uur 's ochtends tot 10 uur 's avonds.
’s avonds
in the evening
's middags
in the afternoon
Ik ga 's middags naar de supermarkt.
's morgens
in the morning
's nachts
at night
De winkels zijn 's nachts gesloten.
's ochtends
in the morning
De kinderen gaan 's ochtends naar school.
snel
fast
Ik loop snel naar de winkel.
uur
hour
De film duurt twee uur.
weten
know
Ik weet het niet.
zak
bag
Een zak aardappelen
alles
everything
Hij heeft alles goed gedaan.
Beterschap
Get well
Beterschap, hopelijk voel je je snel weer beter.
bezig
busy
Ik ben bezig met mijn huiswerk.
broer
brother
Mijn broer is heel grappig.
daar
over there
De supermarkt is daar.<trans>The supermarket is there.</trans>
druk
busy
Ik voel veel druk om te presteren op mijn werk
een beetje
a little
Ik spreek een beetje Nederlands.
eindelijk
Finally
Eindelijk is het weekend!
I met your son yesterday and he greeted me politely.
groet
greeting
Gisteren heb ik je zoon ontmoet en hij heeft me beleefd gegroet.
lekker
yummy
De taart is lekker.
lopen
walk
Ik loop naar school.
moeder
mother
Ik bel mijn moeder elke dag.
morgen
tomorrow
Morgen is het zondag.
paracetamol
paracetamol
prima
fine
Prima idee!
steeds
always
Hij blijft steeds dezelfde fout maken.
vervelend
annoying
Het is vervelend dat het regent.
vriend
friend
Zij is mijn beste vriendin.
vriendin
girlfriend
Ik ga vanavond iets leuks doen met mijn vriendin.
waarom
why
Waarom ben je te laat?
warm
warm
De zon schijnt en het is warm buiten.
weer
weather,again
Hoe is het weer vandaag?
worden
turn into
Hij wordt morgen 18 jaar.
ziek
sick
Hij voelt zich ziek.
zo
so
Ik ga naar de winkel, zo kan ik brood kopen.
zon
Sun
De zon gaat onder om 8 uur 's avonds.
zus
sister
Heb je mijn zus ontmoet? Ze is erg aardig.
alweer
again
Ik ben alweer te laat.
name ,verb
bezoek
visit
Wij hebben bezoek van vrienden.
binnenkomen
entering
Wanneer komen jullie binnen?
drinken
drink
Hij heeft gisteren te veel gedronken.
eruitzien
look
Je ziet er moe uit.
geven
to give
Ik geef je een cadeau.
heel
very
Ik ben heel blij.
horen
to hear
Ik hoor de vogels zingen.
huilen
to cry
Ik huil omdat ik verdrietig ben.
jas
jacket
Heb je je jas al aangetrokken?
jongen
boy
De jongen speelt met zijn bal.
klein
small
Zij draagt een klein jurkje.
koffie
coffee
Ik heb koffie nodig om wakker te blijven.
lachen
laugh
Zij lachen samen.
lief
sweet
Mijn hond is heel lief.
melk
milk
Ik koop een pak melk in de supermarkt.
moe
tired
Na het sporten ben ik altijd moe.
slapen
to sleep
Zij slapen altijd vroeg omdat ze vroeg opstaan.
suiker
sugar
Ik gebruik suiker om mijn thee zoeter te maken.
thee
tea
De thee is nog te heet om te drinken.
zelf
yourself
Jij moet het zelf beslissen.
zitten
to sit
Ik zit op de stoel.
zonder
without
Zij kan niet leven zonder haar telefoon.
zwart
black
Hij ziet zwart van de rook.
He looks black from the smoke.
avond
evening
Gisteravond heb ik met vrienden gegeten.
beginnen
to start
Zij begint volgende week met haar nieuwe baan.
begrijpen
to understand
Ik begrijp de vraag niet.

bellen
ring,call,phone
Hij belt zijn moeder elke dag.
bier
beer
blijven
stay
Blijf rustig, alles komt goed.
deze
this one
Deze boeken zijn interessant.
die
That
Die man is mijn vader.
echt
for real
Ik ben echt blij om je te zien.
genoeg
enough
Ik heb genoeg geld.
gezellig
cozy
Deze kamer is echt gezellig met al die kaarsen.

keer
times
Ik ben hier al vijf keer geweest.
later
later on
Op een later tijdstip zullen we de details bespreken.
We will discuss the details at a later date
lawaai
noise
Het lawaai van de bouwplaats hield me de hele nacht wakker.
The noise from the construction site kept me awake all night.
luisteren
listen
De leraar vraagt ons om goed te luisteren.
rustig
quiet
Ik voel me rustig als ik in de natuur ben
uitnodigen
invite
Ik wil je uitnodigen voor mijn verjaardagsfeestje.
vakantie
holiday
Ik heb twee weken vakantie in augustus.
voetbal
football
vrijdag
Friday
Ik heb vrijdag vrij.
weg
away,road
Hij loopt weg van het huis.
afgesproken
agreed
Ik heb met mijn vriend afgesproken om vanavond naar de film te gaan.
afspraak
appointment
Laten we een afspraak maken om elkaar volgende week te ontmoeten.
baan
job
Ik wil graag een carrière maken in de marketing.
bericht
message
De school heeft een bericht gestuurd naar alle ouders.
blij
happy
Zij is altijd blij als ze haar vrienden ziet.
februari
February
De Olympische Winterspelen vinden plaats in februari.
feestje
party
We hebben een feestje georganiseerd voor mijn verjaardag.
feliciteren
congratulate
Wij feliciteren jullie met jullie huwelijk.
gauw
soon
Laten we gauw beginnen voordat het te laat is.
gefeliciteerd
congratulations
Gefeliciteerd met je diploma!
geleden
ago
Ik ben twee weken geleden begonnen met mijn nieuwe baan.
januari
January
Januari is de maand van de goede voornemens.
January is the month of good intentions.
adjective
jarig
birthday
Wij gaan een cadeau kopen voor onze jarige vriendin.
klinken
sound
De stem van de zanger klinkt als die van een engel.
krijgen
to get
Zij krijgt een diploma na het afronden van haar studie.
misschien
perhaps
Misschien ga ik vanavond naar de film.
net
just
Ik ben net terug van vakantie
nieuws
news
Ik lees elke ochtend het nieuws in de krant.
succes
success
Ik wens je veel succes met je sollicitatiegesprek.
I wish you the best of luck with your job interview.
uitnodiging
invitation
Heb je de uitnodiging voor de bruiloft al gezien?
vanavond
tonight
Vanavond is er een feestje bij mij thuis.
noun
verjaardag
birthday
Ik heb een cadeau gekregen voor mijn verjaardag.
volgend
next
Volgende week hebben we een belangrijke vergadering.
vergadering
meeting
We hebben een vergadering gepland om de nieuwe strategie te bespreken.
We have scheduled a meeting to discuss the new strategy.
zeker
certainly
Ik heb zeker vertrouwen in jouw capaciteiten.
I certainly have confidence in your abilities.
allerlei
all kinds of
Ik heb allerlei ideeën voor het feest.
boter
butter
Mag ik een beetje boter bij de groenten?
fles
bottle
Een lege fles
gezond
healthy
Je moet genoeg slapen om gezond te blijven.
groot
big
De taart is groot genoeg voor iedereen.
klaar
ready
Ben je klaar om te gaan?
koelkast
fridge
De koelkast is kapot, dus we moeten een nieuwe kopen.
langs
along
De trein rijdt langs het station.

meenemen
take along
Neem jij je paspoort mee op reis?
moeten
should
Ik moet naar de supermarkt.
niks
nothing
Hij heeft niks gezegd.
nodig
required
Heb je <i>nodig</i> dat ik je naar huis breng?
over
about
We hebben het over het weer gehad.
pak
pack
Ik heb een pakketje ontvangen.
soep
soup
Wij eten vaak soep als voorgerecht.
staan
stand
Ik sta op de bus te wachten.
straks
soon
Ik ga straks naar de supermarkt.
toetje
dessert
Heb je nog ruimte voor een toetje?
ui
onion
Ik heb een ui nodig voor het recept.
vinden
find
Zij vindt haar sleutels niet.
water
water
wijn
wine

youghurt
youghurt
zout
salt
Ik heb zout nodig voor het recept.
avondeten
dinner
We zitten altijd samen aan tafel tijdens het avondeten.
boterham
sandwich
Mijn moeder maakt altijd lekkere boterhammen voor de lunch.
broodje
sandwich, bread roll
Ik neem een broodje gezond met sla, tomaat en komkommer.
ding
thing
Er is vanavond een leuk ding gaande in de stad.
doordeweeks
on weekdays
Doordeweeks zijn de winkels open tot 6 uur.
gek
crazy
Ik ben gek op chocolade.
havermout
oatmeal,oat flakes
jam
jam
Heb je aardbeienjam of frambozenjam?
koud
cold
Het is koud buiten.
lijken
appear
Ze lijkt aardig.
lunchen
lunch
Zij luncht altijd met haar collega's.
Nederlander
Dutch
noedels
noodles
nooit
never
Ik zal nooit meer te laat komen.
ontbijt
breakfast
Op zondag houden we van een uitgebreid ontbijt met croissants en verse jus d'orange.
pasta
pasta
salade
salad
sinaasappelsap
orange juice
trein
train
Ik neem de trein naar Amsterdam.
tussen
between
De trein vertrekt tussen 10 en 11 uur.
vaak
often
Jan speelt vaak voetbal met zijn vrienden.
vanmiddag
this afternoon
Ik ga vanmiddag naar de bioscoop.
vegetariër
vegetarian
zoet
sweet
De taart is zoet.
advies
advice
Ik ga naar de dokter voor medisch advies.
afvallen
to lose weight
bank
bank,coach
Er zit een oude man op de bank in het park.
bewegen
move
Je moet meer bewegen.
buik
abdomen
Hij heeft een dikke buik.
cola
cola
dik
thick
Mijn kat is te dik.
frisdrank
Soft drink
Welke frisdrank vind jij het lekkerst?
gelijk hebben
are right
Jurgen kan gelijk hebben, maar ze kunnen het niet bewijzen.urgen may be right, but we might not be able to prove it.
hamburger
hamburger
ieder
any
Ieder kind krijgt een cadeau.
leven
life
Ik leef in Nederland.
minder
less
Deze auto is minder snel dan die andere.
ongezond
unhealthy
Ongezonde gewoontes kunnen leiden tot gezondheidsproblemen.
pakken
to grab
Ik pak de pen.
patat
fries

probleem
problem
Het probleem was te moeilijk voor mij om op te lossen.
The problem was too difficult for me to solve.
snappen
understand
Kun je het nog een keer uitleggen? Ik snap het niet helemaal.
toch
However,nevertheless
Ik heb het toch gezegd!
I told you!
tussendoor
in between
Is dit ons ontbijt, of een snack tussendoor?
this our breakfast, or is this our snack between?
vet
Fat
Ik hou niet van vet eten.
verb
wegen
weigh,weight
Ik weeg 70 kilo.
weinig
few
Ik heb weinig energie vandaag.
afhalen
pick up
Ik ga mijn pakketje afhalen bij het postkantoor.
alle
all
Alle kinderen zijn welkom.
bestellen
to order
Ik heb gisteren een boek besteld bij Bol.com.
bezorgen
to deliver
De postbode bezorgt de pakketten.
bijvoorbeeld
for instance
Er zijn veel dingen die ik leuk vind, bijvoorbeeld reizen en koken.
buiten
Outside
De kinderen zijn buiten aan het voetballen.
daarom
therefore
Ik heb geen tijd om te gaan sporten, daarom ben ik niet fit.
noun
haring
herring, kind of fish
internationaal
international
Ik heb internationale ervaring.
land
country
Nederland is een klein land.
manier
way
Op deze manier gaat het niet werken.

mayonaise
mayonnaise
mens
human
De mens is de enige diersoort die kan praten.
Humans are the only animal species that can talk.
overal
everywhere
Ik kan mijn sleutels nergens vinden, ik heb overal gezocht.
plaats
place
De kat zit op de plaats van de hond
proeven
taste
Ik wil deze wijn proeven.
reserveren
reserve,book
Ik wil graag een tafel reserveren voor vanavond.
smaken
flavours
De soep smaakt goed.
stamppot
stew
tafel
table
De kinderen spelen aan de tafel.
terras
terrace
typisch
typical
Typisch Nederlands eten is stamppot.
verschillend
different
Er zijn verschillende soorten fruit op de markt.
vroeg
early
De winkel gaat vroeg dicht op zondag.
zoals
as
Ik hou van sporten zoals voetbal en tennis.
appartement
flat
badkamer
bathroom
Ik ga naar de badkamer om mijn tanden te poetsen.
betalen
Pay
Ik moet nog betalen voor mijn boodschappen.
centrum
centre
delen
share
De leraar deelt de opdrachten uit aan de studenten.
eigen
own
Ik heb mijn eigen huis.
familie
family
De hele familie komt samen voor het kerstdiner.
gebruiken
use
Wij gebruiken de auto om naar het werk te gaan.
watch dictionray
gezin
family
Mijn gezin is heel belangrijk voor mij.
hoog
high
Ik woon op de vijfde verdieping van een hoog gebouw.
huisgenoot
roommate
Mijn huisgenoot en ik delen de huurkosten.
huur
rental
We hebben een contract getekend voor de huur van een kantoorruimte.
informatie
Information
kamer
room
De slaapkamer is op de eerste verdieping.
maar
but
Ik wil graag naar de film, maar ik heb geen tijd.
plek
spot,place
De plek waar ik ben opgegroeid.
rijtjeshuis
terraced house
slaapkamer
bedroom
Ik ga naar mijn slaapkamer om te slapen.
tuin
garden
Onze tuin is heel groot.
verdieping
floor
De vergadering vindt plaats op de vijfde verdieping.
vlakbij
nearby
Ik woon vlakbij het station.
wc
toilet
vrijstaand
detached
vierkante meter
square metre
bed
bed
Hij heeft een nieuw bed gekocht.
ervaring
experience
Door mijn ervaring als leraar kan ik goed met kinderen omgaan.
hulp
help
De brandweer kwam snel ter plaatse om hulp te bieden bij de brand.
klussen
to odd jobs
Ik heb een aantal klussen die ik moet doen voordat ik op vakantie ga.
kwijt
lost
Ik ben mijn sleutels kwijt.
laag
low
De stem van de spreker was laag.
stem
vote,voice
Ik hoorde een vreemde stem in het donker.
langskomen
visit
Ik kom vanmiddag even bij je langskomen.
meisje
girl
Ik heb een afspraak met het meisje van de receptie.
mooi
beautiful
Zij heeft een mooie jurk aan.
ongeveer
about,approximately,around
Vertel Tom alsjeblieft dat hij ongeveer dertig minuutjes moet wachten.
Please tell Tom to wait for about thirty minutes.
ophalen
to pick up
De vuilniswagen komt morgen het afval ophalen.
oppas
babysitter
opruimen
tidy
We moeten de rommel in de garage opruimen.
rommel
clutter
Na het feest was het huis vol met rommel.
prijs
price
Ik heb de eerste prijs gewonnen!
schoonmaken
cleaning
Zij schoonmaakt het huis elke week.
sleutel
key
Ik kan mijn fiets niet vinden, ik ben mijn sleutel kwijt.
spullen
stuff
Ik moet mijn spullen pakken voor de vakantie.
stoel
chair
De stoelen in het restaurant zijn erg comfortabel.
student
student

tweedehands
second-hand
Op Marktplaats kun je tweedehands spullen kopen en verkopen.
verhuizen
moving away
Wij zullen volgende week verhuizen.
verkopen
to sell
Zij verkoopt haar oude kleding.
zoeken
Search
Hij heeft gisteren naar zijn telefoon gezocht.
belangrijk
important
Gezond eten is belangrijk voor je gezondheid.
blauw
blue
De lucht is blauw.
donker
dark
De kamer is te donker om te lezen.
iedereen
everyone
Iedereen moet zijn huiswerk maken.
kast
cabinet
Ik heb een nieuwe kast gekocht voor mijn kleding.
kiezen
select
Heb je al een cadeau gekozen voor je moeder's verjaardag?
kleding
clothing
Ik draag graag comfortabele kleding.
kleur
colour
Ik hou van felle kleuren.
felle
bright
Een felle kleur
lade
drawer
Ik heb mijn sokken in de lade gelegd.
lamp
lamp
licht
light
Het licht gaat uit.
meubel
furniture
muur
wall
De muur van het huis is gemaakt van baksteen.
baksteen
brick
De bakstenen zijn rood van kleur.
onder
below
De kat zit onder de tafel.
raam
Window
Sluit het raam alsjeblieft.
Sluit
Close
ruimte
space
De ruimte is zo groot dat het moeilijk is om je voor te stellen.
stellen
set
Ik stel de boeken op de plank.
plank
board
tegen
against
Ik ben tegen het plan.
tip
tip
vloer
floor
De vloer is van hout.
hout
wood
De tafel is gemaakt van hout.
vol
full
Ik ben vol, ik kan niet meer eten.
vooral
especially
Ik hou vooral van Italiaans eten.
wit
white
De sneeuw is wit.
sneeuw
snow
Het sneeuwt vandaag.
woning
house
De woning heeft drie slaapkamers.
woonkamer
living room
De woonkamer is mooi ingericht.
ingericht
furnished
Ik heb mijn huis helemaal opnieuw ingericht.
zetten
put
Ik zet de bloemen op tafel.
zorgen voor
take care of
Ik zorg voor mijn zieke moeder.
allebei
both
Allebei de kinderen zijn ziek.
allemaal
all of them
Allemaal bedankt voor jullie hulp!
elkaar
each other
Ze praten met elkaar over het feest.
geld
money
Ik heb al mijn geld uitgegeven aan vakantie.
gratis
free
Deze app is gratis te downloaden.
huren
rent
We hebben een appartement gehuurd in Amsterdam.
lang
long
Hij is heel lang.
makkelijk
easy
Het is makkelijk om Nederlands te leren.
meeste
most
De meeste kinderen zijn blij.
moeilijk
difficult
Het is moeilijk om een beslissing te nemen.
ouder
parent
De ouder helpt het kind met huiswerk.
procent
per cent
Ik heb 50 procent korting gekregen op mijn aankoop.
sparen
save
Ik wil geld sparen voor mijn vakantie.
streng
strict
De leraar is heel streng.
leraar
teacher
De lerares is erg vriendelijk.
studeren
studying
Wij studeren elke dag voor onze examens.
name
studie
study
Ik ben bezig met mijn studie.
uitstappen
Get out,exit
Ik moet bij de volgende halte uitstappen.
halte
stop station
De tram stopt bij elke halte.
vrijheid
freedom
Ik hou van de vrijheid om mijn eigen keuzes te maken.
wachten
to wait
Wacht even, ik ben bijna klaar.
de was
the laundry
Kun jij de was ophangen?
ophangen
hang up
De was hangt te drogen aan de waslijn.
drogen
drying
Ik droog mijn kleren buiten.
de wasmachine
washing machine
Ik heb een nieuwe wasmachine gekocht.
zelfstandig
independent
Hij werkt zelfstandig aan zijn project.
de zomer
the summer
De zomer is mijn favoriete seizoen.
favoriet
favourite
Wat is jouw favoriete film?
de seizoen
the season
aankomen
arrive, gain
Ik kom morgen aan.
de aankomst
the arrival
De aankomst van de trein is om 14:30 uur.
bedankt
thanks
Bedankt voor je hulp.
centraal
central
direct
direct
Hij gaf direct antwoord op mijn vraag.
gelukkig
happy
Gelukkig nieuwjaar!
de intercity
the intercity
minuut
minute
De wedstrijd duurt negentig minuten.
wedstrijd
match
De voetbalwedstrijd begint om 14:30 uur.
nergens
nowhere
Ik kan mijn sleutels nergens vinden.
normaal
normal
Ze gedraagt zich normaal gesproken heel rustig.
opletten
pay attention
Je moet opletten dat je niet valt.
overstappen
Switch
Ik moet overstappen op het station.
reiziger
traveller
De reiziger nam de trein naar Amsterdam.
spoor
track
Ik volg het spoor naar het station.
volgen
to follow
Ik volg de instructies op.

de instructies
the instructions
sprinter
sprinter
het station
the station
Hoe laat vertrekt de bus vanaf het station?
de tas
the bag
De tas is te zwaar om te dragen.
dragen
bear,carry,bear
Ik draag een rode trui.
de telefoon
the telephone
Ik heb mijn telefoon verloren.
verloren
lost
Ik heb mijn sleutels verloren.
verbinding
connection
Ik heb geen verbinding met het internet.
verstaan
understand
Ik versta geen Nederlands.
vertraging
delay
De trein heeft vertraging.
vertrek
departure
Het vertrek van de trein is om 15:30 uur.
vertrekken
leave
Ik vertrek morgen naar Spanje.
volgende
next one
De volgende stap
stap
step
Ik zet een stap naar voren.
dochter
daughter
Mijn dochter is vijf jaar oud.
duidelijk
clearly
Kun je me duidelijk maken wat je bedoelt?
bedoelen
mean
Wat bedoel je met deze zin?
de zin
the sentence
Ik begrijp de zin niet.
eerst
first
Eerst ga ik naar de supermarkt en daarna naar huis.
eventueel
possibly
Je kunt eventueel ook met de trein gaan.
geloven
to believe
Ik geloof in jou.
het idee
the idea
Heb jij een idee hoe we dit probleem kunnen oplossen?
de kleren
the clothes
De kleren zijn vies.
links
left
De supermarkt is links van het park.
linksaf
turn left
Neem de tweede straat linksaf.
mezelf
myself
Ik kan mezelf niet voorstellen.
voorstellen
introduce
Mag ik me even voorstellen? Ik ben de nieuwe leraar Nederlands.
naartoe
to
Waar ga je naartoe?
de plattegrond
the map
Heb je een plattegrond van de stad?
rechtdoor
straight ahead
Loop rechtdoor tot aan het einde van de straat.
de rechterkant
right-hand side
rechts
right
De winkel is rechts van het station
rechtsaf
turn right
Neem de tweede straat rechtsaf.

de route
the route
De route naar het strand is erg mooi.
strand
beach
Ik ga graag naar het strand in de zomer.
slim
smart
De slimme oplossing voor dit probleem is om een ​​nieuwe machine te kopen.
het stuk
the piece
Ik heb het stuk van de puzzel gevonden.
tegenover
opposite
De bank zit tegenover de bibliotheek.
tekenen
to draw
Zij tekent graag bloemen.
terug
back
Ik moet terug naar de winkel om melk te kopen.
tijdje
while
Ik heb een tijdje geleden een nieuwe baan gevonden.
uitleggen
to explain
Kun je me uitleggen hoe dit werkt?
winkelen
shopping
Zij houdt van winkelen in de boetiekjes.
boetiekjes
boutiques
de auto
the car
We gaan met de auto op vakantie.
de bus
the bus
De bus vertrekt om 10 uur.
collega
colleague
Ik werk samen met mijn collega aan dit project.
docent
teacher
De docenten zijn erg betrokken bij de studenten.
betrokken
involved
Zij is erg betrokken bij haar werk en haar collega's.
enorm
enormous
De olifant is enorm groot.
excuses
Apologies
fiets
bicycle
Mijn fiets heeft een lekke band.
file
traffic jam
Er staat een enorme file op de snelweg.
gewoon
just, ordinary
Ik ben gewoon moe.
griep
flu
Na een week griep voel ik me eindelijk beter.
helaas
unfortunately
Helaas moet ik morgen werken.
kantoor
office
Ik moet naar het kantoor om mijn contract te tekenen.
teken
sign
Kun je een teken zetten op de kaart waar we moeten zijn?
de manager
the manager
De manager geeft leiding aan het team.
de leiding
the leadership
De leiding van de school heeft een nieuwe regel ingevoerd.
na
after
Na het ontbijt ga ik naar school.
ongeluk
accident
Er is een ongeluk gebeurd op de snelweg.
gebeuren
happen
Wat is er gebeurd?
pas
only
Ik ben pas 10 jaar oud.
rijden
to drive
Ik rij naar mijn werk met de auto.
sturen
send
Ik stuur de bestelling vandaag nog op.
bestelling
order
Ik wil graag een bestelling plaatsen voor twee pizza's.
Plaatsen
Places
de tram
the tram
Ik neem de tram naar het centrum.
de verhuizing
the move
vriendelijk
friendly
Bedankt voor je vriendelijke hulp.
het werk
work
Hij heeft veel werk te doen.
de benzine
the petrol
duren
to last
Hoe lang duurt de film?
de halte
the stop
Ik moet bij de volgende halte uitstappen.
haten
hate
Ik haat broccoli.
helemaal
all the way to
Ik ben helemaal klaar voor de vakantie.
irritant
irritating
Deze geluiden zijn heel irritant.
geluid
sound
Ik hoor een vreemd geluid.
vreemd
strange
Deze smaak is vreemd.
kosten
costs
De kosten van de boodschappen zijn gestegen.
gestegen
increased
De prijzen zijn gestegen.
milieu
environment
Het milieu is belangrijk voor onze gezondheid.
de nieuwsbrief
the newsletter
openbaar vervoer, het OV
public transport
Ik neem altijd het openbaar vervoer naar mijn werk.
parkeren
parking
Ik parkeer mijn auto in de garage.
prettig
pleasant
Ik vond het prettig om je te ontmoeten.
reistijd
travel time
het rijbewijs
the driving licence
Ik heb mijn rijbewijs gehaald!
de rit
the ride
De rit met de trein duurt ongeveer twee uur.
slecht
bad
De film was slecht.
stoppen
stop
Stop! Dat is gevaarlijk.
gevaarlijk
dangerous
Deze weg is gevaarlijk om te fietsen.
het treinkaartje
the train ticket
noun verb
het verhaal
the story
Ik heb het verhaal van mijn grootvader gehoord.
want
because
Ik ben moe, want ik heb slecht geslapen.
de winter
the winter
We gaan schaatsen in de winter.
schaatsen
skates
Wij schaatsen elk jaar op de ijsbaan.
ijsbaan
ice rink
de assistente
the assistant
De assistente helpt de dokter met het onderzoek.
onderzoek
investigation
De politie doet onderzoek naar de oorzaak van de brand.
oorzaak
cause
Ik heb hoofdpijn, ik denk dat het de oorzaak is van te weinig slaap.
brand
fire
Er is brand in het gebouw.
behandelen
treat
De dokter behandelt de patiënt.
patiënt
patient
De patiënt moet regelmatig medicijnen innemen.
regelmatig
regularly
Zij heeft regelmatig contact met haar familie.
de dokter
the doctor
Ik moet naar de dokter voor een controle.
de controle
control
Ik moet door de controle op het vliegveld.
vliegveld
airport
We moeten vroeg opstaan, want onze vlucht vertrekt om 6 uur vanaf het vliegveld.
dubbel
double
Ik wil graag een dubbele espresso bestellen.
een paar
a few
Een paar schoenen
ernstig
serious
De patiënt heeft een ernstige ziekte.
ziekte
disease
De ziekte is besmettelijk.
besmettelijk
infectious
De griep is besmettelijk.
de gegevens
the data
De gegevens zijn vertrouwelijk en moeten goed beveiligd worden.
gesloten
closed
De winkel is gesloten.
gezondheidszorg
healthcare
huisarts
GP, general practitioner
de huisartsenpost
the general practitioner's office
de klacht
the complaint
Ik heb een klacht over de service in dit restaurant.
kort
short
Hij bleef maar kort in Nederland.
blijven
to stay
Zij bleef haar hele leven vrijgezel.
praktijk
practice
De advocaat heeft zijn eigen praktijk.
sommige
some
Ik heb sommige boeken gelezen.
de specialist
the specialist
de spoed
the urgency
Ik heb de spoed om mijn trein te halen.
de spoedgeval
the emergency

het spreekuur
surgery hours
Ik wil graag een afspraak maken tijdens het spreekuur van de advocaat.
toetsen
try,test,check
Ik moet morgen een toets maken voor wiskunde.
de verwijzing
the reference
Een verwijzing naar de oogarts
via
via
Ik heb het nieuws via de radio gehoord.
het ziekenhuis
the hospital
Na de operatie moet ik een paar dagen in het ziekenhuis blijven.

de operatie
the operation
brengen
bring
Ik breng de boeken naar de bibliotheek.
de dag
day
De dag begint om zes uur 's ochtends.
eigenlijk
actually
Eigenlijk heb ik geen tijd om te praten.
het geduld
patience
Ik heb geen geduld meer.
de graad
the degree
Het is vandaag 20 graden.
hoesten
cough
Ze hoestte zo hard dat ze bijna flauwviel.
keel
throat
Ik heb last van mijn keel.
de keelpijn
the sore throat
koorts
fever
Ik heb koorts en voel me niet lekker.
de lijn
the line
mogelijk
possible
Het is mogelijk dat het morgen gaat regenen.
het moment
the moment
het ogenblik
the moment
Op dit ogenblik ben ik niet beschikbaar.
beschikbaar
available
Deze informatie is beschikbaar op onze website.
opnieuw
again
Na de ruzie besloten ze om opnieuw te beginnen.
besloten
private, decided
Het is een besloten feest, alleen genodigden zijn welkom.
overgaan
pass
Ik ben blij dat ik ben overgegaan naar de volgende klas.
de pijn
the pain
De pijn van een gebroken hart is soms moeilijk te verdragen.
verdragen
tolerate
Ik kan de kou niet verdragen.
spijten
regrets
Het spijt me dat ik te laat ben gekomen.
spreken
to speak
Zij spreekt vloeiend Engels.
vloeiend
fluent
Ik spreek vloeiend Nederlands.
vader
father
Mijn vader is heel lief.
vanzelf
by itself
De deur gaat vanzelf open als je ervoor staat.
verkouden
cold
Hij is al een week verkouden.
verzetten
move,prepare
Ik moet mijn afspraak verzetten.
vrij
free
Morgen heb ik een vrije dag.
de apotheek
the pharmacy
Ik moet naar de apotheek voor mijn medicijnen.
de medicijnen
the drugs
de bijsluiter
the leaflet,patient information leaflet
Heb je de bijsluiter van de medicijnen gelezen?
de doos
the box
De cadeautjes zitten in de doos.
de dosering
the dosage
de drogist
the druggist
Ik ga naar de drogist voor pijnstillers.
het gebruik
usage
het huismerk
private label
jong
young
Ik heb een jonge zus en een oudere broer.
de kant
side
De kat zit aan de kant van de tafel.
de leeftijd
the age
Wat is jouw leeftijd?
luier
diaper
Ik moet een nieuwe luier voor de baby halen.
maximaal
ma
De trein vertrekt over maximaal vijf minuten.

het medicijn
the medicine
De dokter heeft me een medicijn voorgeschreven voor mijn rugpijn.
voorgeschreven
prescribed
het merk
the brand
Het merk Nike is wereldwijd bekend.
wereldwijd
worldwide
de milligram
the milligram
naast
beside
Ik woon naast de supermarkt.
de neus
the nose
Zijn neus is rood van de kou.
de neusspray
the nasal spray
de pijnstiller
the painkiller
proberen
to attempt
Ik ga proberen om op tijd te komen.
recept
prescription
Kun je me het recept geven?
de rug
the back
Ik heb pijn in mijn rug.
verder
further
Ik heb geen vragen meer, dus kunnen we verder gaan.
verschil
difference
Er is een groot verschil tussen deze twee auto's.
wakker
awake
Ik ben wakker.
zoon
son
De zoon van mijn buurman is mijn beste vriend.
zwaar
heavy
De doos is zwaar.
alcohol
alcohol
bewaren
storage
Je moet de sleutels op een veilige plek bewaren.
de bijwerking
the side effect
De bijwerkingen van dit medicijn kunnen misselijkheid en duizeligheid zijn.
misselijkheid
nausea
Veel zwangere vrouwen hebben last van ochtendmisselijkheid.
duizeligheid
dizziness
boven
above
De bovenste plank is leeg.
het contact
the contact
Ik wil graag contact maken met nieuwe mensen.
erg
very
Ik ben erg blij met mijn nieuwe baan.
saai
boring
De les was saai.
het glas
the glass
Het glas is gevallen en nu is het kapot.
hardlopen
running
Hardlopen is goed voor je gezondheid.
innemen
take
Je moet dit medicijn innemen met water.
de knie
the knee
De voetballer heeft zijn knie geblesseerd.
geblesseerd
injured
laatst
latest
Ik heb laatst een nieuwe fiets gekocht.

maal
meal
Ik ben hier al 3 maal geweest
de maaltijd
the meal
We eten onze maaltijden altijd samen.
misselijk
nauseous
Ik voel me misselijk.
de nacht
the night
We hebben de hele nacht doorgebracht in het café.
doorbrengen
spend
Wij hebben onze vakantie in Frankrijk doorgebracht.
de pil
the pill
Heb je de pil al gehaald bij de apotheek?
slaappil
sleeping pill
stress
stress
de tablet
the tablet
tegelijk
at the same time
Ik wil graag werken en studeren tegelijk.
de verpakking
the packaging
Kun je de verpakking van de cadeaus inpakken?
inpakken
pack
We moeten alle spullen inpakken voordat we gaan verhuizen.

de zwangerschap
the pregnancy
de afwas
dishes
Ik moet de afwas nog doen.
bewoner
resident
De bewoners van deze stad zijn erg vriendelijk.
boos
angry
Ik ben boos op jou.
eerlijk
fair,honest
Hij is een eerlijke man.
het geluk
happiness
Ik wens je veel geluk met je nieuwe baan.
wens
wish
Ik heb een wens.
de gewoonte
the habit
Het is een gewoonte geworden om elke ochtend koffie te drinken.
hetzelfde
the same
Ik draag vandaag hetzelfde shirt als gisteren.
het huishouden
the household
ideaal
ideal
Dit is mijn ideaal huis.
het leven
life
Hoe gaat het leven?
de muziek
the music
De muziek op het feest was te luid.
luid
loud
Hij praat altijd luid.
de omgeving
surroundings
De omgeving van het kasteel is prachtig.
kasteel
castle
oplossen
to resolve
Ik moet dit probleem oplossen.
opschieten met
get on with
Je moet opschieten met je huiswerk, anders kom je te laat.
de rest
the rest
Ik heb al een stuk taart gehad, maar de rest is voor jou.
roken
smoking
Hij rookt al jaren.
ruzie
quarrel,arrgument
Ze hadden ruzie over wie de afwas moest doen.
schoon
clean
Ik heb mijn kamer schoongemaakt.
serieus
serious
Hij maakt altijd serieus werk.
sinds
since
Ik woon hier sinds vorig jaar.
uitgaan
going out
Wij gaan vaak uit eten op zaterdagavond.
verdelen
distribute,divide
Ik ga het geld verdelen onder de kinderen.
vies
dirty
De prullenbak ruikt vies.
prullenbak
bin
ruiken
to smell
Ik ruik bloemen.
weleens
ever
Heb je weleens sushi gegeten?
activiteit
activity
begane grond
ground floor
De receptie bevindt zich op de begane grond.
bevindt zich
is located
de bibliotheek
the library
Ik ga naar de bibliotheek om een boek te lenen.
lenen
borrow
Ik leen een boek van de bibliotheek.
buurtcentrum
community centre
de deelnemer
the participant
De deelnemers moeten zich aanmelden voor het evenement.
aanmelden
Register
Ik wil me aanmelden voor de cursus Nederlands.
de groep
the group
De groep vrienden gaat vanavond naar de bioscoop.
hoeven
want ,need,requier
iemand
someone
Heeft iemand mijn telefoon gezien?
de ingang
the entrance
De ingang van het park is gesloten.
de krant
the newspaper
Ik volg het nieuws via de krant online.
verpleegkundige
nurse
De verpleegkundige werkt in het ziekenhuis en zorgt voor de patiënten.
zorgen
concerns
Ik zorg voor mijn zieke oma.
zorg
care
Ik werk in de zorg.
medewerkster
coworker
oefenen
exercise
Wij oefenen Nederlands met onze leraar.
onderwerp
subject
Het onderwerp van mijn presentatie is duurzaamheid.
duurzaamheid
sustainability
De duurzaamheid van onze planeet is van groot belang.
belang
importance
De belangen van de klant staan voorop.
voorop
in front
klant
customer
De klantenservice is bereikbaar van 9 tot 5.
organiseren
organise
We moeten een vergadering organiseren om de plannen te bespreken.
bespreken
discuss
We moeten dit probleem bespreken.
precies
exactly
Ik weet precies waar het is.
het spelletje
the game
De kinderen spelen buiten een leuk spelletje.
de taal
the language
Ik spreek de taal niet.
taalcafé
language café
de taalcoach
the language coach
vanaf
from
Vanaf nu moet je beter opletten.
verschillen
differences
Onze meningen verschillen over dit onderwerp.
mening
opinion
Wat is jouw mening over deze film?
voorbereiden
preparing
Ik moet me voorbereiden op mijn examen.
vrijwilliger
volunteer
Ik ben vrijwilliger bij de voedselbank.
voedsel
food
De supermarkt verkoopt allerlei soorten voedsel.

soort
type
Een soort fruit
zich aanmelden
sign up
Zij meldt zich aan voor de cursus Nederlands.
cursus
Course
De cursus begint volgende week.
de bioscoop
the cinema
De bioscoop is elke dag geopend.
de boom
the tree
De boom staat in de tuin.
het buitenland
abroad
Mijn vriendin woont in het buitenland.
het cafe´
the cafe
elke
every
Elk jaar vieren we Kerstmis.
vieren
to celebrate
Wij vieren Kerstmis met onze familie.
de film
the film
De film begint om 20:00 uur.
de gang
the corridor
Ik loop door de gang naar mijn kamer.
het gebouw
the building
Het gebouw heeft veel ramen.
het grasveld
the lawn
groen
green
De bomen zijn groen.
kletsen
chat
Ik ga vanmiddag met mijn vriendin kletsen in het park.
de lift
the lift
Ik neem de lift naar de derde verdieping.
de metro
the metro
We moeten bij het volgende metrostation uitstappen.
missen
miss
Ik heb de bus gemist.
het park
the park
Ik ga graag wandelen in het park.
wandelen
to walk
Wij wandelen elke zondagochtend in het bos.
bos
forest
Het bos is prachtig in de herfst.
herfst
autumn
In de herfst veranderen de bladeren van kleur.
veranderen
change
De wereld verandert snel.
blad
leaf
bladzijden
pages
De krant van vandaag heeft 20 bladzijden.

de parkeerplaats
the car park
Ik heb mijn auto op de parkeerplaats gezet.
speeltuin
playground
Ik ga met mijn kinderen naar de speeltuin.
spelen
play
Ik speel graag voetbal.
struik
bush
De struik was bedekt met mooie bloemen.
bedekt
covered
bedekken
cover
Ik ga de tafel bedekken met een tafelkleed.
tevreden
satisfied
Ik ben tevreden met mijn nieuwe baan.
het verkeer
traffic
Het verkeer op de snelweg staat vast.
vast
fixed
De tafel staat vast.

voetballen
footballs
Zij voetballen elke zaterdagochtend op het voetbalveld.
voetbalveld
football pitch
We trainen elke week op het voetbalveld.
trainen
train
Ik train elke dag in de sportschool.
zoveel
so many
Ik heb zoveel te doen vandaag.
bang
scared
Ik ben bang voor spinnen.
spinnen
to spin
De spin spint een web.
blaffen
bark
De hond blaft naar de postbode.
postbode
postman
De postbode bezorgt de brieven en pakketjes.
brief
letter
Ik heb een brief geschreven naar mijn oma.
de buurman
the neighbour
De buurman heeft mijn pakketje aangenomen.
het gedrag
behavior
Het gedrag van de kinderen was onacceptabel.
onacceptabel
unacceptable
het geluid
the sound
Ik hoorde een vreemd geluid in de nacht.
de hond
the dog
De hond van mijn buurman blaft altijd.
het huisdier
the pet
Veel mensen hebben een huisdier.
ineens
suddenly
De muziek stopte ineens.
klagen
complain
Ik klaag vaak over het weer in Nederland.
laten
let
Laat me met rust!
rust
rest
Ik heb rust nodig na een lange dag werken.
oplossing
solution
De oplossing van de puzzel was erg moeilijk.
overlast
nuisance, troubel
De buren veroorzaken veel overlast met hun luide muziek.
veroorzaken
cause
De fout veroorzaakte veel schade.
schade
damage
De storm heeft veel schade veroorzaakt.
overleggen
consult
Ik moet even overleggen met mijn collega's voordat ik een beslissing kan nemen.
beslissing
decision
Ik moet een beslissing nemen over mijn carrière.
carrière
career
de schuld
debt
Ik kan mijn schuld niet afbetalen
afbetalen
pay off
situatie
situation
stinken
stink
De kaas ruikt lekker, maar de vis stinkt.
trap
stairs
De trap is erg steil.
steil
steep
De berg is steil.
berg
mountain
De berg is heel hoog.
uitlaten
walk,release
Ik ga mijn hond uitlaten.

vuilniszak
rubbish bag
waarschijnlijk
probably
Ik ben waarschijnlijk te laat voor de vergadering.

wennen
Get used to it
Hij moet wennen aan het koude weer.
woningbouwvereniging
housing association
zielig
pathetic
Ik vind het zielig dat hij geen vrienden heeft.
zomaar
just
Heb je zomaar een nieuwe auto gekocht?
aandoen
to put on
Ik doe mijn schoenen aan.
aantrekken
attract,put on
Ik trek mijn jas aan.
benieuwd
curious
Ik ben benieuwd naar de uitslag van de wedstrijd.
de uitslag
the result
Ik ben benieuwd naar de uitslag van mijn examen.

de blouse
the blouse
Ik draag vandaag een witte blouse.
de broek
the pants
Ik draag een blauwe broek.
geel
yellow
Ik hou van geel.
de jurk
the dress
Ik heb een nieuwe jurk gekocht.
de kaart
the card
Kun je me de menukaart geven?
lelijk
ugly
Die trui is echt lelijk.
lievelings
favourite
Wat is jouw lievelingsfilm?
beleid
policy
Het bedrijf heeft een nieuw beleid geïmplementeerd.
nadenken
think
Ik moet even nadenken over je voorstel.
voorstel
proposal
Heb je nog een voorstel voor het weekend?
niets
nothing
Niets is onmogelijk.
onmogelijk
impossible
Het is onmogelijk om zonder water te leven.
het overhemd
the shirt
Hij heeft een nieuwe collectie overhemden gekocht.
collectie
collection
het pak
the suit
Ik moet een nieuw pak kopen voor de bruiloft.
bruiloft
wedding
Heb je al plannen voor je bruiloft?
prachtig
magnificent
Wat een prachtig uitzicht!
uitzicht
view
Vanaf de top van de berg heb je een prachtig uitzicht over de vallei.
vallei
valley
rood
red
Ik heb een rood shirt aan.
roze
pink
Zij heeft een roze huidskleur.
huidskleur
skin colour
de schoen
the shoe
Ik heb nieuwe schoenen gekocht.
de spijkerbroek
the jeans
Waar kan ik een goede spijkerbroek kopen?
trouwen
Marry
Ik wil trouwen met mijn vriendin.

de trui
the jersey
Deze trui is te groot voor mij.
uitgeven
to spend, puplish
Ik geef te veel geld uit aan kleding.
aanbieding
offer
Deze week hebben we een speciale aanbieding op onze producten.
speciale
special
de aankoop
purchase
Ik heb gisteren een nieuwe fiets als aankoop gedaan.
algemeen
general
De algemene regel is dat je niet mag roken in het gebouw.
lijn
line
Ik neem altijd lijn 5 naar mijn werk.

het bankafschrift
the bank statement
bepaald
certain
Ik heb een bepaald gevoel dat er iets mis is.
gevoel
feeling
Ik heb een goed gevoel over deze beslissing.
binnen
within
Hij komt binnen vijf minuten.
contant
in cash
Deze winkel accepteert alleen contant geld.
accepteren
accept
Ik accepteer de uitnodiging.
de garantie
the guarantee
De garantie op dit apparaat is twee jaar.
houden
keep
Ik houd een boek vast.
kapotgaan
break
kassabon
receipt
Ik wil graag mijn geld terug, hier is de kassabon.
klantenservice
customer service
namelijk
namely
Ik hou van sporten, namelijk voetbal en tennis.
origineel
original
pinpas
debit card
Ik controleer mijn saldo met mijn pinpas.
controleren
check
De leraar controleert de antwoorden van de leerlingen.
saldo
balance
Wat is het saldo op mijn bankrekening?
bankrekening
bank account
Ik heb een bankrekening bij de Rabobank.
het product
the product
de reparatie
the repair
ruilen
exchange
Ik wil graag mijn boek ruilen met jouw tijdschrift.
tijdschrift
magazine
Ik lees graag tijdschriften over mode en lifestyle.

de tegoedbon
the voucher
Ik heb een tegoedbon gekregen voor mijn verjaardag.
telefonisch
by phone

terugstorten
refund
Ik zal het geld terugstorten op uw rekening.
rekening
Account
Ik wil mijn rekening controleren.
terugkrijgen
retrieve, get back
Ik wil mijn boek terugkrijgen.
terugsturen
return
Ik moet deze brief terugsturen naar de afzender.
de afzender
the sender
de tijd
the time
Hoe laat is het? - Het is tijd om te gaan.
de voorwaarde
the condition
De voorwaarde voor deelname is dat je minimaal 18 jaar oud bent.
deelname
participation
het aantal
the number of
Het aantal mensen dat naar de film ging, was hoog.
het argument
the argument
Ik heb een goed argument om mijn standpunt te ondersteunen.
standpunt
viewpoint
ondersteunen
support
Ik wil je graag ondersteunen bij het leren van Nederlands.
bekijken
view
Hij bekijkt de foto's op zijn telefoon.
de beoordeling
the assessment
De beoordeling van de studenten wordt gebaseerd op hun prestaties tijdens het semester.
de rechter
the judge
De rechter heeft een belangrijke beslissing genomen.
de zaak
the case
De zaak is nog in behandeling.
behandeling
treatment
De behandeling van de patiënt duurde twee uur.
betrouwbaar
reliable
Ik vind hem heel betrouwbaar.
het boek
the book
Ik heb een nieuw boek gekocht
gaaf
Cool
Ik heb een gaaf idee voor ons schoolproject.
inderdaad
indeed
Heb je gisteren die film gezien? - Inderdaad, ik heb hem gezien.
de kwaliteit
the quality
De kwaliteit van dit product is uitstekend.
uitstekend
excellent
De presentatie van de student was uitstekend.
presentatie
presentation
de laptop
the laptop
letten op
pay attention to
Let goed op tijdens de les.
minstens
at least
Ik moet minstens 8 uur per nacht slapen.
noemen
call, to name
De leraar noemde de namen van de studenten op.
nogal
quite
De film was nogal saai.
opruiming
clearance
de rotzooi
the mess
Ik moet mijn kamer opruimen, het is echt een rotzooi.
stukgaan
break down
twijfelen
doubt
Wij twijfelen aan zijn verhaal.
verhaal
story
Heb je het verhaal van de drie biggetjes gehoord?
verdienen
to earn
Ik verdien geld met mijn baan.
de vinger
the finger
Ik heb mijn vinger gesneden.
snijden
to cut
Ik snijd de groenten voor de soep.
waar
true
Waar ben je?
afgeven
spread
Ik moet deze brief afgeven bij de receptie.
het artikel
the article
Hij heeft een interessant artikel geschreven.
dichtmaken
closing
inloggen
login
juist
correct
Ik heb juist genoeg geld bij me.
klikken
click
Kun jij op de knop klikken?
knop
button
De knop van mijn jas is eraf gevallen.
leggen
lay
Ik leg de boeken op de tafel.
de locatie
the location
We moeten de locatie van de vergadering nog bepalen.
de maat
the size
Wat is de maat van deze schoenen?
ontvangen
received
Ik heb een brief ontvangen van mijn vriend.
de order
the order
het pakket
the package
plakken
paste,slices
Ik ga de poster op de muur plakken.
de reden
the reason
De reden waarom ik niet kan komen is omdat ik ziek ben.
retour
return
Heb je een enkele reis of een retour geboekt?
reis
journey
Ik heb een reis geboekt naar Thailand.
de sok
the sock
Ik draag graag warme sokken in de winter.
de stap
the step
Na het behalen van mijn diploma, was het tijd voor de volgende stap.

de sticker
the sticker

het totaal
the total
verkeerd
wrong
De spelling in deze zin is verkeerd.
vervolgens
then
Ik heb eerst mijn huiswerk gemaakt, vervolgens ben ik gaan sporten.

het verzendbewijs
proof of dispatch
verzenden
send
Heb je het pakket al verzonden?
wachtwoord
password
Wat is je wachtwoord?
de webwinkel
the online shop
aanrijden
run
Ik rijd naar huis aan.
de agent
the agent
De agent houdt het verkeer tegen.
verkeer
traffic
De politie controleert het verkeer op snelheidsovertredingen.
snelheidsovertredingen
speeding offences
overtredingen
offences
belachelijk
ridiculous
Die grap is belachelijk.
beloven
promise
Ik beloof te komen.
de boete
the fine
Als je de boete niet op tijd betaalt, kan het bedrag hoger worden.
dezelfde
the same
Deze auto is dezelfde als die daar.
de fietser
the cyclist
het fietspad
the cycle path
Het is verboden om met de auto op het fietspad te rijden.
verboden
banned
Roken is verboden
de haast
the rush
Ik heb haast, want ik moet de trein halen.
de helm
the helmet
De motorrijder droeg een stevige helm voor zijn eigen veiligheid.
stevige
solid
Een stevige tafel
veiligheid
safety
De veiligheid van de passagiers is onze hoogste prioriteit.
prioriteit
priority
passagiers
passengers

identiteitsbewijs
proof of identity
onderweg
en route
Ik ben onderweg naar huis.
onveilig
unsafe
Ik voel me onveilig in deze omgeving.
omgeving
surroundings
Ik woon in een rustige omgeving.
de politie
the police
De politieagent heeft me geholpen.
de regel
the rule
De regel van het Nederlands is dat het lidwoord bij het zelfstandig naamwoord hoort.
lidwoord
article
zelfstandig naamwoord
noun
de scooter
the scooter
de stoep
the pavement
De kinderen spelen op de stoep.

het stoplicht
the traffic light
Het stoplicht staat op rood.
tegenwoordig
currently
Tegenwoordig is het heel normaal om online te winkelen.
uitkijken
look out
Je moet uitkijken met die scherpe messen.
de uitzondering
the exception
De meeste mensen houden van warm weer, maar ik ben de uitzondering.
veilig
safe
Deze buurt is veilig.

de voetganger
the pedestrian
De voetgangers wachten geduldig bij het zebrapad.
geduldig
patient
Zij is heel geduldig met kinderen.

het zebrapad
the zebra crossing
Ik steek altijd over bij het zebrapad als ik naar school ga.
de arm
the arm
Ik heb mijn arm gebroken.
arm
poor
De arme man heeft geen geld voor eten.
het been
the leg
De tafel heeft vier benen.
breken
break
Hij breekt zijn arm.
dagelijks
daily
De krant verschijnt dagelijks.
verschijnen
to appear
De nieuwe aflevering van de serie verschijnt morgen op televisie.
aflevering
Delivery
Ik heb gisteren de nieuwe aflevering van mijn favoriete serie gekeken.
douchen
shower
Ik douche elke ochtend.
het fornuis
the cooker
Het fornuis is kapot.
fout
wrong
Je hebt een fout gemaakt in de spelling.
gewond
injured
De man is gewond geraakt bij het ongeluk.
geraakt
hit
De auto is geraakt door een andere auto.
de hand
the hand
Ik schudde hem de hand.
heet
is called
Mijn koffie is nog heet.
het mes
the knife
Ik heb een mes nodig om het brood te snijden.
ondertussen
meanwhile
Ondertussen ben ik al begonnen met koken.
onhandig
awkward
Ik ben zo onhandig, ik laat altijd alles vallen.
vallen
fall, drop
De appel valt van de boom.
de oorzaak
the cause
De oorzaak van de ziekte is nog niet bekend.
bekend
known
Ik ben bekend met deze regels.
overlijden
death
Het overlijden van de koningin werd bekendgemaakt op televisie.
bekendgemaakt
published
de pan
the pan
Ik heb een nieuwe pan gekocht.
het schoonmaakmiddel
the cleaning agent
schrikken
frighten
Ik schrik van harde geluiden.
uitzetten
turn off
Ik zet de televisie uit.
de televisie
the television
De televisie staat aan.
verbranden
burn
Ik heb mijn hand verbrand aan de hete pan.
voorkomen
occur
Ik wil voorkomen dat hij te laat komt.
weggaan
leave
Wanneer ga je weg?
actie
action
We moeten actie ondernemen om het probleem op te lossen.
ondernemen
entrepreneurship
Hij heeft een echte ondernemersgeest.
de basisschool
the primary school
het einde
the end
We zijn bijna aan het einde van het schooljaar.
de handteening
the hand test
de handtekening
signature
Ik moet mijn handtekening zetten onder dit contract.
hard
hard
Het is hard werken.
een heleboel
a lot
Er zijn een heleboel mensen op straat.
hopen
to hope
Wij hopen dat jullie snel langskomen.
kapot
broken
De schoenen zijn helemaal kapot.
de kilometer
the kilometre
het kruispunt
the crossroads
Het kruispunt is erg druk tijdens de spits.
spits
peak ,apex,summit
De toren heeft een spits dak.
toren
tower
dak
roof
De zon schijnt op het dak.
schijnen
shine
Het schijnt mooi weer te worden.
langzaam
slowly
De trein rijdt langzaam.
neerzetten
put down
Hij heeft de vaas op de vensterbank neergezet.
vensterbank
windowsill
vaas
vase
de overkant
the other side
De boot brengt ons naar de overkant van de rivier.
de boot
the boat
Ik ga vandaag met de boot varen.
de rivier
the river
De rivier stroomt naar de zee.
stromen
streams
Het water stroomt snel.
oversteken
Crossing
Ik steek over naar de overkant van de straat.
de radio
the radio
Ik luister graag naar de radio in de ochtend.
repareren
repair
Ik moet mijn fiets repareren.
de snelheid
the speed
toen
then
Toen ik jong was, speelde ik vaak buiten.
de verlichting
the lighting
De verlichting had een grote invloed op de Europese samenleving.
invloed
influence
De invloed van zijn ouders was groot.
vorig
previous
De vorige eigenaar van het huis was erg vriendelijk.
eigenaar
owner
De eigenaar van het bedrijf heeft veel ervaring.
bedrijf
company
Ik wil graag een eigen bedrijf starten.
de weg
the route
Ik woon aan de weg naar het strand.
het strand
the beach
We hebben een mooie wandeling gemaakt op het strand.
wandeling
walk
Na het eten maken we altijd een korte wandeling.
de wijk
the neighbourhood
Ik woon in de wijk Centrum.
zwanger
pregnant
Zij is al vier maanden zwanger.
binnenkort
soon
De nieuwe film komt binnenkort uit.
het alarmnummer
emergency number
de ambulance
the ambulance
Bel de ambulance! Er is iemand gewond.
brandweer
fire brigade
De brandweer heeft de brand geblust.
blussen
extinguish
Ik blus de brand.
daarna
then
We gaan eerst lunchen en daarna een wandeling maken.
de deur
the door
De deur staat op een kier.

kier
gap
de dief
the thief
De dief heeft mijn portemonnee gestolen.
portemonnee
wallet
Ik heb mijn portemonnee verloren.
de getuige
the witness
De getuige heeft belangrijke informatie over de zaak.
het geweld
the violence
De politie heeft het geweld proberen te stoppen.
de inbreker
the burglar

de jongere
the young person
melden
report
Ik moet me melden bij de receptie.
de melding
the notification
meteen
immediately
Zij begon meteen te lachen.
het noodgevel
the emergency facade
de pagina
the page
het politiebureau
the police station
De politie heeft het politiebureau verlaten om naar de plaats delict te gaan.
delict
offence
het slot
the lock
We hebben een rondleiding gekregen in het slot van Versailles.
rondleiding
guided tour
stelen
steal
Zij stelen geld uit de kassa.
het team
the team
Het voetbalteam traint elke woensdagavond.
de veilighied
safety
vertrouwen
trust
De klant moet het bedrijf kunnen vertrouwen.
waarschuwen
warning
Ik wil je waarschuwen voor het gevaar.
gevaar
Danger
Er is gevaar op de weg.
turnen
gymnastics
afdoen
dismiss
Ik doe mijn jas af.
föhnen
blow-dry
agenda
agenda
Heb je je agenda bij je? We moeten een vergadering plannen.
als
if
Ik ben sneller als jij.
behoorlijk
quite
Ik vind het behoorlijk vervelend dat je te laat bent.
binnenkort
soon
Binnenkort ga ik op vakantie.
gelijk
equal
De twee stoelen zijn gelijk.
heerlijk
delicious
Ik heb heerlijk geslapen.
hockey
hockey
lastig
difficult
Het is lastig om Nederlands te leren.
meegaan
go along
Wil je met me meegaan naar de stad?
omdat
because
Wij gaan naar het strand <b>omdat</b> het mooi weer is.
plezier
enjoyment
De kinderen hebben veel plezier in het zwembad.

sauna
sauna
sowieso
in any case
Sowieso is het belangrijk om genoeg water te drinken.
speciaal
special
Ik heb een speciale aanvraag voor mijn dieet.
strand
beach
Ik ga graag naar het strand in de zomer.
trainen
train
Ik train elke dag in de sportschool.
training
training
veld
field
Hij speelt voetbal op het veld.
volwassene
adult
Deze film is alleen geschikt voor volwassenen.
geschikt
suitable
Deze schoenen zijn niet geschikt voor wandelen in de bergen.
bergen
mountains
Zij bergt haar speelgoed op na het spelen.
voorlopig
provisional
Ik ben voorlopig in Nederland.
wandelen
to walk
Ik wandel graag in het park.
wedstrijd
match
Ik ga naar de wedstrijd vanavond.
zwembad
pool
Er is een overdekt zwembad in het centrum van de stad.
overdekt
indoor
zwemmen
swimming
Zij zwemt elke ochtend in het zwembad.
bedenken
think of
Ik moet een cadeau bedenken voor mijn moeder.
bovendien
besides
Bovendien heb ik geen tijd om te komen.
durven
dare
Ik durf niet te zwemmen in de zee.
egoïstisch
selfish
Je moet niet zo egoïstisch zijn en ook aan anderen denken.
het examen
the exam
Heb je het examen gehaald?
het excuus
the excuse
kwaad
evil
Ik ben kwaad op jou.
liegen
lie
Ik lieg soms om uit een moeilijke situatie te komen.
logeren
stay
Wij logeren in een hotel tijdens onze vakantie.
moeite
effort
Ik heb moeite met Nederlands spreken.
neef
cousin
Mijn neef is jarig vandaag.
nicht
not
Ik ga vanmiddag met mijn nichtje naar de speeltuin.
ontdekken
discover
We hebben een verborgen schat ontdekt.
verborgen
hidden
Er zit een verborgen schat in de tuin.
schat
treasure
De schatkaart leidt ons naar de verborgen schat.
oppassen op
babysitting
het plan
the plan
Het plan is om morgen naar het strand te gaan.
reizen
to travel
Ik reis graag naar het buitenland.
schoonouders
parents-in-law
smoes
excuse
Stop met smoesjes verzinnen en kom gewoon eerlijk uit voor je fouten.
verzinnen
make up
Hij heeft een smoesje verzonnen om niet naar de vergadering te hoeven.
hoeven
hooves
vast
fixed
De muur is van vast beton gemaakt.
vriendschap
friendship
waarheid
truth
De waarheid is soms moeilijk te accepteren.
zwager
brother-in-law
afgesproken
agreed
Ik heb met mijn vriend afgesproken om vanavond naar de film te gaan.
de bar
the bar

de bardienst
the bar service
beurt
turn
Mag ik ook een beurt?
dienst
service
Mijn vader heeft een nieuwe dienst gevonden bij een bank.
herfst
autumn
Ik ga graag wandelen in het bos tijdens de herfst.
hierheen
here
Kom hierheen, ik heb iets voor je.
hoezo
how come
Hoezo ga je niet mee naar de film?
kantine
canteen
Ik ga naar de kantine om een broodje te kopen.
oom
Uncle
Oom Peter is mijn favoriete oom.
overnemen
take over
De nieuwe eigenaar heeft het pand overgenomen.
pand
property
Hij heeft een pand gekocht in het centrum van de stad.
regen
rain
Het regent vandaag.
rooster
schedule
Heb je het rooster voor deze week al gezien?
het schoolplein
the schoolyard
super
super
Tante
Aunt
Mijn tante woont in Amsterdam.
tentoonstelling
exhibition
De tentoonstelling is geopend van dinsdag tot en met zondag.
vereniging
association
Ik ben lid van een vereniging voor amateurfotografen.
vieren
to celebrate
De stad viert elk jaar Koningsdag met een grote parade.
vrijwilligerswerk
volunteering
wind
wind
Ik moet mijn horloge opwinden.
horloge
watch
Ik draag altijd een horloge.
zonde
sin,waste
Het eten van te veel snoep is een zonde.
aflopen
expire
De garantie van mijn telefoon is afgelopen.
bedrijf
company
Hij werkt bij een groot bedrijf.
behalve
except
Behalve jij en ik, gaat niemand naar de vergadering.
Christelijk
Christian
de datum
the date
Wat is de datum vandaag?
enzovoort
and so on
Ik hou van sporten zoals voetbal, tennis, zwemmen, enzovoort.
Europese
European
Hemelvaart
Ascension
Met Hemelvaart gaan we vaak wandelen in de natuur.
herdenken
commemorate
Kerst
Christmas
We wensen elkaar een fijne Kerst.
koning
king
De koningin en de koning zijn getrouwd.

Koningsdag
King's Day
Op Koningsdag dragen veel mensen oranje kleding.
het midden
the centre
Ze koos voor een compromis in het midden.
het noorden
the north
De wind komt uit het noorden vandaag.
officieel
officially
De Olympische Spelen zijn officieel geopend door de koning.
de oorlog
the war
De Tweede Wereldoorlog duurde van 1939 tot 1945.
optreden
performance
De minister-president zal morgen optreden in een televisieprogramma.
oranje
orange
De Nederlandse vlag heeft drie kleuren: rood, wit en blauw, en oranje is de kleur van het Koninklijk Huis.
oud en nieuw
New Year's Eve and New Year's Day
Pasen
Easter
De kinderen zoeken paaseieren met Pasen.
Pinksteren
Pentecost
Op Tweede Pinksterdag gaan we traditioneel picknicken in het park.
de regio
the region
respect
respect
de scholier
the pupil
De scholier leert Nederlands.
slachtoffer
victim
De politie heeft het slachtoffer geholpen.
stil
silent
De klas is stil.
de traditie
the tradition
het voorjaar
spring
Ik kijk uit naar het voorjaar, want dan wordt het weer warmer.
het zuiden
South
Ik ga op vakantie naar het zuiden van Frankrijk.
gewend
used to
Ik ben gewend aan het Nederlandse klimaat.
aardrijkskunde
geography
Aardrijkskunde helpt ons de wereld beter te begrijpen.

bedrag
amount
Wat is het bedrag dat je wilt lenen?
biologie
biology
bouwen
build
De architecten bouwen een brug over de rivier.
eerder
previously
Deze taart is lekkerder dan de taart die we eerder hadden.
Engels
English
Engels is een belangrijke taal in de zakenwereld.
geschiedenis
history
De geschiedenis van Nederland is erg interessant.
gymnastiek
gymnastics
klas
class
Wiskunde is mijn favoriete klas.
knutselen
tinkering
Op de knutseltafel liggen allerlei materialen om mee te knutselen.
de leerling
the pupil
De leerling heeft zijn huiswerk gemaakt.
lokaal
local
meester
master
Meester Jansen is een ervaren timmerman.
omgaan met
deal with
Ik kan goed omgaan met stress.
ontwikkeling
development
Er zijn veel nieuwe ontwikkelingen op het gebied van technologie.
de pauze
the break
Na twee uur les hebben we een pauze van 15 minuten.
prestatie
performance
De prestaties van het bedrijf zijn dit jaar beter dan vorig jaar.
rekenen
count
Ik moet rekenen om het antwoord te vinden.
religie
religion
Religie speelt een belangrijke rol in haar leven.
rennen
run
Hij rent elke ochtend in het park.
schoolreisje
school trip
uitstapje
outing
Heb je zin in een uitstapje naar het strand?
uniform
uniform
het vak
the subject
Welk vak vind je het leukst?
verplicht
mandatory
Het dragen van een mondkapje is verplicht in het openbaar vervoer.
de advocaat
the lawyer
Ik heb een afspraak met mijn advocaat om mijn zaak te bespreken.

de automonteur
the car mechanic
het beroep
the profession
Mijn beroep is leraar.