Nederlands in actie Hoodfstuk 6-11Dutch words
viel … op (opvallen)
De nieuwe jurk viel me op.
terugkeerde naar (terugkeren (naar))
biedt (bieden)

ongeschreven
de ruzie (met / over)
schuif aan (aanschuiven)
Kom, schuif aan bij de anderen!
de zaak
De zaak is erg belangrijk voor ons.
etentjes (het etentje)
van tevoren
aanhaken
Ik wil graag aanhaken bij jullie gesprek.
ontmoet (ontmoeten)
voortdurend
Hij werkt voortdurend aan zijn project.
terugvallen op
Als het moeilijk wordt, moet ik terugvallen op mijn vrienden.
best
lastig
Dit huiswerk is echt lastig.

van … voorziet (voorzien (van))
De school voorziet de leerlingen van boeken en materialen.
wereldwijd
geordend (ordenen (op))
onderaan
De boeken liggen onderaan de stapel.
de ranglijst
gebaseerd op (baseren op)
meespelen
Als je wilt, kun je ook meespelen in onze voetbalwedstrijd.
het feit
uiteraard
Uiteraard ga ik naar het feest.
gaan … om met (omgaan met)
Ze gaat altijd vriendelijk om met haar collega's.
de kring
schaars
Water is schaars in de woestijn.
de antropologe
mengen (van / met)
vandaar
ingekocht (inkopen)
onbeleefd

onaangekondigd
aankondigen
De leraar zal de resultaten van de toets aankondigen.
wijst … op (wijzen (op / naar))
samenhangt met (samenhangen met)
Zijn gezondheid hangt samen met zijn levensstijl.
gaan … bij … langs (langsgaan (bij))
Ik ga morgen bij mijn oma langs.
strenge (streng)
De strenge lerares gaf ons veel huiswerk.
het privédomein
binnenshuis
ondenkbaar
Het is ondenkbaar dat hij dat zou doen.
bestond (bestaan)

aan … toegekomen (toekomen aan)
Wanneer kom je aan het opruimen toe?
weleens
gek
handvol
hechte (hecht)
Ze hebben een hechte vriendschap opgebouwd door samen te werken.

oppervlakkige (oppervlakkig)
De discussie was oppervlakkig en raakte de kern van het probleem niet.
medestanders (de medestander)

de aanhaakgroep
De aanhaakgroep voor duurzame energie heeft veel nieuwe leden aangetrokken.
voegen … toe (toevoegen (aan))
misverstanden (het misverstand)
voorkomen
Dit probleem komt in veel gezinnen voor.
aangeven
Hij gaf aan dat hij later zou komen.
doodstil
degene / diegene
Diegene die het probleem oplost, krijgt een beloning.

midden in
het midden
middle
de sfeer
onszelf
klagen (over)
de werkdruk
de druk
load, pressure
betoogt (betogen)
gedreven (drijven)
levensreddend
redden
to save
het brein
(on)voldoende
uitgedaagd (uitdagen)
(on)bereikbaar
waak voor (waken voor)
het bewijs
stressloos
samen … gaan (samengaan)
tussendoor
doceert (doceren)
We kunnen tussendoor een pauze nemen.
lezingen (de lezing)
uitdagingen (de uitdaging)
hopeloos
prikkel (prikkelen)
de hersenen / hersens
beslissingen (de beslissing)
het geklaag
de spoed
de spoedeisende hulp
de hulp
help, services
de veiligheid
handelt (handelen)
de hartfrequentie
het hart
heart
de frequentie
frequency
spierspanningen (de spierspanning)
de spanning
tension
het recht (op)
de privétijd
pieken
dienstverlenende (dienstverlenend)
de dienst
service
verlenen
to grant, to provide
het computerscherm
het scherm
screen
verlaten
Ik kijk naar het scherm van mijn computer.
medewerkers (de medewerker)
de doorbloeding
daardoor
toon (tonen)
zolang
ingewikkeld
in tegenstelling tot
de tegenstelling
contrast
het proefschrift
beoordelingsgesprekken (het beoordelingsgesprek)
de beoordeling
assessment
adviseert (adviseren)
komen … in … op (opkomen in)
gaat mis (misgaan)
inzet ((zich) inzetten (voor))
gerust
onderuitgaat (onderuitgaan)
onderuit
down
tegengaan
gereguleerd (reguleren)
hanteert (hanteren)
presteren

kortom
vergaat (vergaan)
maakt … open (openmaken)
in … burgeren (inburgeren)
door … gaan tot (doorgaan (tot / met))
de advocaat
opbouwen
bovendien
regelen
bijvoorbeeld
de zorgverzekering
de zorg
care, healthcare
de verzekering
insurance
afsluiten
voeren
invullen
gelijk
verhuisd naar (verhuizen (naar))
daarnaast
het vrijwilligerswerk
de vrijwilliger
volunteer
afronden
ronduit
heleboel
de mijlpaal
ontevreden (met / over)
tevreden (met / over)
satisfied
me … uit (zich uiten)
de vergelijking (in – met / tot)
vergelijken (met)
to compare (with)
hoest (hoesten)
de gast
ten slotte, tenslotte
de doorzetter
Tekst 2 | Emma Yandle
de voertaal
gehinderd (hinderen)
doordat
daadwerkelijk
gestage (gestaag)
Hij heeft daadwerkelijk de marathon gelopen.

de stroom
geluiden (het geluid)
klanken (de klank)
verbinden (met)
zoiets
moedertaalsprekers (de moedertaalspreker)
na … doen (nadoen)
vergeleken … mee (vergelijken (met))
vlakker (vlak)
de neiging (tot)
gedachten (de gedachte)
verwoorden
langzamerhand
patronen (het patroon)
milieubewust
putten … uit (uitputten)
de aarde
herstellen
de omgeving
wildplukken
kweek (kweken)
ondertussen
gescheiden (scheiden)
grenzen (de grens)
de tiener
weigerde (weigeren)
apart
de toekomst
de spijt (– hebben / krijgen van)
spijten (Het spijt me)
aan … moedigen (aanmoedigen)
deel (delen (op / met / van))
oplossen
echter
ben … van overtuigd (overtuigd zijn (van)) (overtuigen (van))
voorbeelden (het voorbeeld)
de moeite
melden
de wijk

brandnetels (de brandnetel)
het onkruid
de spinazie
de zak
het koelvak
het vak
compartment
raad … aan (aanraden)
om me heen
de groentebak
fruitstruiken (de fruitstruik)
de struik
bush
de aanleiding (tot / voor)
naar aanleiding van
as a result of
buurtbewoners (de buurtbewoner)
de bewoner
resident
buitenlandse (buitenlands)
bewonderen
trouwens
het voedsel
weggooien
de munt
de grond
uiteindelijk
inrichten
de opgave
een kwestie van
de kwestie
matter, affair
ingesleten (inslijten)
het gedrag
zich gedragen
to behave
duurzaam
ontwikkelen
de toestand
Tikkie
avondjes uit (uitgaan)
razendsnel
De technologie ontwikkelt zich razendsnel.
dwingend (dwingen)
ontvangen
de koffieautomaat
de automaat
machine
massaal
omarmd (omarmen)
rijk

het minimumbedrag
minimum
minimum
men
veroverde (veroveren)
verrekend (verrekenen)
stappen
splitsten (splitsen)
contant
opeens
rekenen
de uitgave
redelijk
concludeert (concluderen)
telkens
volledig
verdwenen (verdwijnen)
ondanks (dat)
leent zich … voor (zich lenen voor)

gevolgen (het gevolg)
uit … gezet (uitzetten)
raar
verontwaardigde (verontwaardigd)
de opmerking
slechts
de reden
onlangs
voorgesteld (voorstellen)
de belediging
beledigen
to insult
de eer
de indruk
de invloed (op)
invloed hebben (op)
hier: to affect, ook: to influence
ouderwets
overigens
de uitvinding
de eeuwigheid
pint (pinnen)
het gebaar
ongemakkelijk

zowel … als …
de studiegenoot
dergelijke (dergelijk)
de gewoonte
lief
tikkende (tikken)

snurkend (snurken)
het konijn
de geluidskunstenaar
de kunstenaar
artist
verzamelt (verzamelen)
jarenlang
huiselijk
zoemende (zoemen)
de regenbui
de bui
shower (rain, snow, hail)
het dak
de oproep
krakende (kraken)
de traptrede
merken … op (opmerken)
amper

de kraak
beluisterd (beluisteren)
overslaan
stiekem
misstapt (misstappen)
mis
wrong(ly)
schrik (schrikken)
rot
richt … op ((zich) richten op)
pruttelende (pruttelen)
het koffiezetapparaat
de zoem
raken

de kunstacademie
De kunstacademie biedt verschillende specialisaties aan, zoals schilderen en beeldhouwen.
onverwacht(s)
afstuderen
de schilder
het conservatorium
zat
al
sloop … in (insluipen)
vertrouwd
beeldende (beeldend)
de hoofdrol
de geluidswandeling
de wandeling
walk
het kunstwerk
aanweziger (aanwezig)
de ontdekking
richtte … op (oprichten)
overkoepelende (overkoepelend)
neemt deel aan (deelnemen (aan))
tentoonstellingen (de tentoonstelling)
de verzameling
uitgebreid (uitbreiden)
op … sturen (opsturen (naar))
meerdere
audiobestanden (het audiobestand)
het bestand
file

spinnende (spinnen)

opnames (de opname)
fluitende (fluiten)
gevoeliger (gevoelig)
stiller (stil)
geluidsportretten (het geluidsportret)
gloednieuw
dames (de dame)
de buitenwereld
evenmin
wellicht
de relativering
relativeren
to put into perspective