TaalCompleet A1-T3Dutch words
het dak
de schuur
de garage
de flat
het balkon
medeklinkers
zeggen heeft twee dezelfde medeklinkers gg.
de zolder
boven
de badkamer is boven.
beneden
de woonkamer is beneden.
de gang
de wc is beneden in de gang.
de buurman

de buurvrouw
voorstellen
ik wil me graag voorstellen.
het kopje

het koekje
alleen
gezellig
Natuurlijk
de meubels
de televisie
de televisies

de bank
de banken
de kast
de douche
het bad
de stad
de steden
hoog
de verdieping

de lift
het dorp
de trap
weinig
aardig
de buurt
te huur
zoeken
druk
utrecht is druk.
het aantal
het aantal kamers in het huis is twee.
rustig
het internet
zonder
plaats
op slot
de deur is op slot.
de sleutel
hij zoekt de sleutel van het huis.
vind
hij kan de sleutel niet vinden.
vergeten
ik ben mijn sleutel vergeten.
lachen
de buurman lacht.
pakken
ik pak de sleutel ven je huis.
vaak
gewone
een gewone zin heet een hoofdzin.
hoofdzin