TaalCompleet A1-T5Dutch words
het lichaam
the body
het hoofd
the head
de schouder
the shoulder
de arm
the arm
de buik
the abdomen
de vinger
the finger
de knie
the knee
de voet
the foot
de teen
the toe
de rug
the back
de bil
the buttocks
de hand
the hand
het been
the leg
klemtoon
emphasis
het gezicht
the face
het haar
the hair
het oog
the eye
de neus
the nose
de tand
the tooth
de lip
the lip
de kin
the chin
de wang
the cheek
de snor
the moustache
de baard
the beard
de mond
the mouth
het oor
the ear
de nek
the neck
enkelvoud
singular
meervoud
plural
waarmee?
With what?
waarmee kan ik u helpen? -met afspraak maken
bellen naar
call
ze belt naar de huisarts.
de tandarts
the dentist
de huisarts
the general practitioner
hij is bij de huisarts.
de assistente
the assistant

de afspraak
the appointment
ik wil graag een afspraak maken.

de controle
check up
de tandarts doet een controle.

de koorts
the fever
de pijn
the pain
waarom
why
later
later on
kan het ook later?
eerder
earlier
kan het ook eerder?
ziek
sick
de dokter
the doctor

het medicijn
the medicine
de apotheek
the pharmacy
het ziekenhuis
the hospital

het probleem
the problem
wat is het probleem?
soms
sometimes
Soms regent het in Nederland.
ander
other
ik heb last van...
I suffer from...
waar heb je last van?
ik heb last van mijn buik.

halen
fetch
je moet de medicijnen halen bij de apotheek.
bijvoorbeeld
for instance
de voornaam
the first name
de achternaam
the last name
zegt tegen
says to
ken
know
Ken jij deze stad?
de klacht
the complaint
wat zijn uw klachten?
de keel
the throat
de spier
the muscle
mijn spieren doen pijn.
hoest
cough
de griep
the flu
hij heeft griep.

het recept
the recipe
Heb je het recept voor appeltaart?
sinds
since
Ik woon hier sinds vorig jaar.
nog
yet, again
heeft u nog vragen?
erg
very
natuurlijk
of course
warschijnlijk
probably
beterschap
Get well
de pil
the pill

de zalf
the ointment
De zalf heeft een kalmerend effect op de huid.

de druppel
the drop
het doosje
the box
innemen
take
je moet je pil met water innemen.
de huid
the skin

smeren
rub
de drogist
the drug store
daar
over there

de keer
the time, the turn
Om de beurt mogen jullie een spelletje kiezen.
dagelijks
daily
sommige
some
de kies
the molar
Ik heb een gaatje in mijn kies.
het gaatje
the hole
de foto
the picture
poetsen
brush
Ik moet mijn tanden poetsen.
vullen
fill
het gebit
the teeth
in orde
fine
misschien
maybe
helaas
unfortunately
Helaas, ik kan niet naar het feest komen.
vervelend
annoying
Het is vervelend dat het regent.
helemaal
completely
vanmiddag
this afternoon
kunt u vanmiddag om vier uur?
op donderdag om 10:00 uur
on Thursdays at 10:00 am
kunt u op donderdag om 10:00 uur?
-nee maar ik kan wel om 11:00 uur.
kent
Know (third-person)
Hij kent haar al jaren.
weg gaan
get out
het horloge
the watch
mens
human