Taalcompleet A1-T6Dutch words

de trui
de rok
wat vindt u van deze rok?
het vest
de jas
de tas
de sok
het hemd
de onderbroek
het overhemd
het T-shirt
de broek
de schoen
het lidwoord
De fiets
de kleding
het feest
de medewerker
trouwen
mijn broer gaat trouwen. wil je met me trouwen?
de knoop
passen
de paskamer
de maat
Een moment alstublieft
kijk maar
de bloes
mogen
te
Ik ga naar de winkel om brood te kopen.
kort
de jurk
de laars
net
de kleren
het pak
lang
het werk
heeft...aan
vrij
op zaterdag en zondag ben ik vrij.
allebei
gaan jullie allebei naar het feest? ja, we gaan samen.
de hoed
de bril
de oorbel
de muts
de sjaal
de handschoen
de hoofddoek
de ring
het horloge
de ketting
de armband
het sieraad
het gat
werken
kapot
ruilen
dezelfde
Een ogenblik alstublieft
sturen
even
jammer
Wat jammer dat je niet kunt komen.
heel
neemt...mee
de klok
de tijd
de ochtend
de middag
de avond
de nacht
's nachts
duurt
een uur
een half uur
een kwartier
een seconde
Hoe laat is het?
open
openingstijden
gesloten
dicht
de feestdag
online
bestel
brengt
behalve
Ik heb alles gekocht, behalve de melk.
toch
ik ben ziek maar ik ga tog naar mijn werk
de spullen
ophalen
het ondergoed
Goeienavond
duizend
miljoen
miljard
ongeveer
precies
getal
wassen
vies
de vloer is vies
donker
warm
hij heeft koorts. hij is erg warm
de graad
hoeveel graden korts heb jij?
schoon
ophangen
waar kan ik mijn kleren ophangen?
droog
zij maakt de haren droog.
zelf
ik kan het niet zelf (doen.)
alles
alles is op.
apart
je moet witte en zwarte kleren apart wassen
meteen
ga je meteen naar huis?
klaar
hoe laat is de les klaar?