TaalCompleet A2-T1Dutch words

verhuizen
buurthuis
ik ga vanavond naar het buurthuis voor een kookworkshop.
u bent van harte welkom!
zichzelf
u kunt zich inschrijven via het formulier.
de buren
ontmoeten
leuk om je te ontmoeten
voor het eerst
mijn zoon en zij worden voor het eerst vader en moeder.
de oudste
de oudste is acht.
de jongste
de jongste wordt volgende maand één.
worden
hoe oud word je?
geboren
hij is hier in nederland geboren.
al
zij zijn allemaal al getrouwd.
zwanger
onze schoondochter is zwanger.
bevallen
ze moet volgende week bevallen.
pas
mijn vrouw woont pas twee jaar in nederland.
de hamer
lenen
mag ik jullie hamer lenen?
succes
veel succes!
zeg maar je hoor
bedenk zelf woorden
stel jezelf voor
wens
ik wens je succes.
jarig
mijn zoon is vandaag jarig.
vorige
de baby is vorige maand geboren.
geleden
onze dochter is twee weken geleden geboren.
presenteren
Wij hebben onze nieuwe producten gepresenteerd aan de klanten.
huiswerk
het is belangrijk dat je huiswerk maakt.
oefenen
als je goed nederlands wilt leren, moet je veel oefenen.
tegelijk
doe geen twee dingen tegelijk. Je moet niet bellen en rijden tegelijk.
moe
steeds
Steeds meer mensen kiezen voor duurzame energie.
probeer
probeer het nog een keer.
bespreek
bespreek samen
gefeliciteerd
de wijk
eruitzien
hoe ziet de flat eruit?
licht
Het licht gaat uit.
modern
delen
we delen de tuin met de buren.
fantastisch
Ik heb een fantastische tijd gehad op vakantie.
vierkant
90 vierkante meter.
de meter
ruim
Het restaurant heeft een ruim interieur met veel zitplaatsen voor gasten.
de huur
moeten jullie heel huur betalen?
geluk hebben
jullie hebben geluk. We hebben geluk gehad dat het niet heeft geregend tijdens onze vakantie.
blij
wij zijn heel erg blij.
tweedehands
hij wil een tweedehands kast kopen.
de advertentie
De advertentie op de website trok mijn aandacht vanwege de korting op elektronica.
het kleed
Ik heb een nieuw kleed gekocht voor de woonkamer.
verkopen
hout
De tafel is gemaakt van hout.
de spiegel
breed
De straat is breed genoeg voor twee auto's.
rond
opsturen
Ik stuur de brief morgen op. Kun je het pakketje naar mijn huis opsturen?
wol
Deze trui is gemaakt van zachte wol.
de centimeter
bieden
Ik bied je een kopje koffie aan.
laag
De temperatuur is laag vandaag.
zwaar
De situatie is zwaar voor ons allemaal.
omroepbericht
je hoort twee omroepberichen op het station.
hulp
ze vragen hulp.
het bericht
Ik heb het bericht van mijn vriend ontvangen. Hij laat weten dat hij veilig is aangekomen.
de hulp
De vrijwilligers boden hun hulp aan bij het schoonmaken van het park.
de vertraging
De trein had een vertraging vanwege een technisch probleem.
technisch
Het probleem met de machine vereist een technische oplossing van een expert.
het lawaai
er is hier heel veel lawaai
heeft gelijk
Ze heeft gelijk. Het is belangrijk om op tijd te komen voor de vergadering.
normaal
handig
Deze app is heel handig.
hartelijk
hartelijk bedankt voor uw hulp
op tijd
Zorg ervoor dat je morgen op tijd op het werk bent voor de belangrijke vergadering.
duidelijk
Na de vergadering was het duidelijk dat er nog veel werk te doen was.
het spijt me
ergens
Ik heb mijn sleutels ergens in huis laten liggen, maar ik kan ze niet vinden.
de automaat
Ik koop altijd een koffie uit de automaat op mijn werk.
tegenwoordige tijd
beantwoorden
hij beantwoordt de email
houd...voor
houd eerst jouw ov-chipkaart voor de kaartlezer
druk...op
druk op de knop
opladen
oplaad je saldo
saldo
Ik moet mijn saldo controleren voordat ik iets koop.
kaart
minimaal
manier
kies een manier om te betalen
pinpas
je moet met je pinpas betalen
veilig
Zorg ervoor dat de kinderen veilig zijn wanneer ze buiten spelen.
stop...in
stop je pinpas in de pinautomaat
pincode
toets je pincode in.
vervolgens
We hebben de presentatie gegeven en vervolgens beantwoordden we vragen van het publiek.
ten slotte
Na een lange dag vol vergaderingen en taken, kon ik ten slotte ontspannen.
scherm
Ik kijk graag films op het grote scherm in de bioscoop.
ik zet geld op mijn ov-chipkaart
passen op
Wij pasten op het huis van onze buren toen zij op vakantie waren.
de verjaardag
Op haar verjaardag gingen we uit eten in haar favoriete restaurant.
het gespreek
vieren
de uitnodiging
Ik heb een uitnodiging ontvangen voor het feest.
de leeftijd
de leeftijd van mijn oma is 85 jaar.
overmorgen
We vertrekken overmorgen op vakantie naar een tropisch eiland.
boos
stil
De klas is stil.
last hebben van
hard
zacht
De bank is zacht en comfortabel.
de gast
De bruid en bruidegom bedankten hun gasten voor hun aanwezigheid op hun huwelijksfeest.
vergelijken
je kunt dingen of mensen met elkaar vergelijken.