thema2Dutch words

de kudde
grazen
het jong
wegbregen
vertrekken
het afscheid
ondetweg zijn
aankomen
afhalen
de reis
op reis zijn
het vliegtuig
het schip
de trein
vliegen
de start
opstijgen
dalen
landen
wegen
licht
zwaar
de weegschaal
sterk
slap
het gewicht
langzaam
snel
de stap
stappen
achterblijven
de vaart
hollen
de tijd
kory duren
het uur
even
lang duren
lang
de klok
de wekker
het horloge
vroeg
laat
de vakantie
de zomer
het buitenland
het land
de dag
de zon
de maan
de sterren
plat
bol
de ruimte
de planeten
de aarde