voorzetsels, voornaamwoordenDutch words

voor
achter
naast
in
op
door
over
uit
boven
onder
Jij zit onder de boom
om
tegen
Hij geeft de bloemen aan haar
aan дательный падеж
binnen
buiten
langs
tijdens
sinds
bij
tot
zonder
met
behalve
naar
na
via
per
на сутки, на чашку, на человека
volgens
ik, mij, van mijn
jij, jou, van jouw
u, u, van uw
hij, hem, van zijn
ze, haar, van haar
het, het
we, ons, van ons, van onze
jullie, jullie, van jullie
zij, hen, van hun