werkwoorden 1Dutch words

gaan
Ik ga naar school.
komen
Wanneer kom je terug?
lopen
wandelen
Ik ga elke ochtend wandelen in het park.
rennen
fietsen
rijden
weten
vliegen
springen
klimmen
kruipen
werken
eten
drinken
lezen
schrijven
geven
nemen
halen
kopen
huren
verkopen
denken
To start learning, sign up for free.