zelfstandig naamwoord

Interactive flashcards for learning vocabulary

Dutchmoderateby RicardKarstark
Flashcards: 91

Save words from this page and practise them with flashcards in DuoCards. How does it work?

kip
chicken
De kip loopt in de tuin.
appel
apple
Ik eet elke dag een appel.
oranje
orange
De muur is oranje.
huis
house
Ik woon in een groot huis.
straat
street
Ik woon in de straat naast het park.
vork
fork
Ik heb een vork nodig voor mijn pasta.
het mes
the knife
Pas op, het mes is scherp!
tabel
table
Kun je de gegevens in de tabel invullen?
de stoel
chair
Ik zit op de stoel.
het kanaal
the canal
Het kanaal is vol met boten.
computer
computer
De computer is kapot, ik moet hem laten repareren.
shirt
shirt
Ik draag een blauw shirt.
das
tie
Hij droeg een mooie das naar het feest.
koe
cow
De koe staat in de wei.
vlees
meat
Ik eet graag vlees.
groente
vegetable
Ik eet elke dag groente.
aardappel
potato
De aardappel is een belangrijk voedsel in Nederland.
vrouw
woman
De vrouw loopt in het park.
het kind
child
Het kind leest een boek.
boek
book
Ik lees een boek.
aarde
earth
Ik heb een plant in de aarde geplant.
gezondheid
health
Ik hoop dat je gezondheid snel verbetert.
vis
fish
Ik eet graag vis.
navond
evening
We gaan vanavond naar de film.
Het is
It is
Het is mooi weer vandaag.
het weer
the weather
Het weer verandert snel in Nederland.
veranderen
to change
De plannen zijn veranderd.
straat
street
Ik woon in de straat naast het park.
de vrouw
the woman
De vrouw leest een boek.
moeder
mother
Mijn moeder maakt het avondeten.
vader
father
Mijn vader werkt hard voor onze familie.
het bed
the bed
Ik ga naar het bed.
deur
door
Sluit de deur alsjeblieft.
het raam
the window
Ik kijk uit het raam en zie wolken
sleutel
key
Ik heb de sleutel van het huis verloren.
het kantoor
the office
Ik ga naar het kantoor om te werken.
de nacht
the night
De sterren zijn mooi in de nacht.
de ochtend
the morning
In de ochtend drink ik altijd koffie.
toekomst
future
Ik maak plannen voor de toekomst.
kleren
clothes
Wat voor kleren draag je vandaag?
leraar
teacher
De leraar legt de lesstof duidelijk uit.
keuken
kitchen
Ik kook graag in de keuken.
meubels
furniture
De meubels in deze kamer zijn erg modern.
al
already
Ik heb al gegeten.
muur
wall
De muur is gemaakt van bakstenen.
gevoel
feeling
Ik heb een goed gevoel over deze beslissing.
beslissing
decision
De beslissing van de jury was verrassend. Ze neemt een goede beslissing.
het water
the water
Ik drink graag het water.
avondeten
dinner
Wat eten we vanavond voor avondeten?
plek
place
Waar is de dichtstbijzijnde plek om te parkeren?
stoel
chair
Ik zit op de stoel.
buurman
neighbor
Mijn buurman helpt me altijd met de tuin.
fout
error
Ik heb een fout gemaakt in mijn huiswerk.
boom
tree
Als je goed voor de boom zorgt, groeit hij snel.
koelkast
refrigerator
De koelkast is leeg.
fles
bottle
Ik heb een fles water meegenomen.
het scherm
the screen
Ik kijk naar het scherm van mijn computer.
het document
document
Kun je het document naar mij opsturen?
het gat
hole
Ze viel in het gat dat in de grond was gegraven.
kennis
knowledge
Ik heb veel kennis over geschiedenis.
het dorp
village
In het dorp zijn veel vriendelijke mensen.
prijs
price
Wat is de prijs van dit boek?
drums
drums
Hij speelt elke zaterdag op de drums in een band.
geven
give
Ik geef je een cadeau.
tuin
garden
Ik heb een mooie tuin achter mijn huis.
geslapen
slept
Ik heb goed geslapen.
het dier
animal
Ik heb een huisdier, het is een klein dier.
jarige
birthday person
Wie is de jarige en hoeveel gasten verwacht je?
grap
joke
Hij vertelde een grap die iedereen aan het lachen maakte.
bloem
flower
De bloem in de tuin is prachtig.
bruiloft
wedding
Ik ben uitgenodigd voor de bruiloft van mijn beste vriend.
Overstroming
Flood
Na de zware regenval was er een grote overstroming in het dorp.
trap
staircase
Ik loop de trap op.
moer
nut
koffer
suitcase
Ik heb mijn koffer gepakt voor de vakantie.
voorbereiding
preparation
De voorbereiding voor het feest is begonnen.
rugzak
backpack
Ik heb mijn rugzak gepakt voor school.
tas
bag
Ik heb mijn tas vergeten.
aankoop
purchase
De aankoop van het huis was een grote stap.
het cadeau
the gift
Ik heb een cadeau voor jou gekocht.
Brug
Bridge
De brug over de rivier is heel mooi verlicht in de avond.
gracht
canal
We maakten een boottocht over de gracht.
het gebouw
the building
We gaan naar het oude gebouw aan de overkant.
oorlog
war
De Tweede Wereldoorlog was een van de grootste conflicten in de geschiedenis.
lucht
sky, air
De lucht is vandaag erg fris.
het ongeluk
accident
Het ongeluk gebeurde gisteren in de stad.
steeds meer
more and more
Steeds meer kinderen leren programmeren op school.
het fietspad
bicycle path
Ik fiets altijd op het fietspad.
het donker
darkness
Ik vind het moeilijk om in het donker te lopen.
de vergadering over
the meeting about
De vergadering over het nieuwe project is eindelijk afgelopen.
de opmerking
the remark
Ze maakte een opmerking die iedereen aan het lachen maakte.

Learning with DuoCards

What is DuoCards?

DuoCards is a language-learning app that helps you build vocabulary with flashcards. You can save words you want to learn and practise them over time.

How do I learn with this set?

Browse the flashcards to see the words and their translations. Select Card picker and choose the words you want to learn. Then create a free account to save your words and practise them.

How do I practise my words?

You'll see a flashcard with a word and a hidden translation. Guess what it means, then tap to check your answer. DuoCards repeats the words you find difficult.

Do I need an account, and is learning free?

You can browse this page without an account. A free account lets you save words and track your progress. The free plan has limits, and Premium offers additional features.