Zinnen: Groep twee
Ik studeer Engels.
Zij tekent goed.
Wij winnen altijd.
Zij spreken Spaans.
Dit is van mij.
Ik heb je hulp nodig.
Zet het daar neer.
Het eten is klaar.
Wat een prachtige dag!
Kom je met mij mee?
Het is erg heet.
Ik heb het erg koud.
Het raam staat open.
De klok tikt.
Wil je een beetje?
Ik ben heel blij.
Ik ben een robot.
De baby huilt.
De muziek speelt.
De nacht valt.